Ziekte

Uit Oncyclopedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Griepvirus00.gif
Gezonde mensen zijn zieken die zichzelf negeren.
~ Een beroemde dokter wiens naam er hier niet toe doet, omdat geen enkele Nederlandstalige ooit gehoord heeft van le Docteur Knock.
Zonder zieken zijn zij zorgelijk.
~ Een verstrooid allitererende Drs. P over dokters, terwijl zijn citaat over ziekte diende te gaan.

Een ziekte is een door Moeder Natuur veelgebruikt wapen tegen overbevolking, en de voortdurende illustratie van de strijd tussen de vindingrijkheid van Moeder Natuur enerzijds, en die van de menselijke diersoort anderzijds. De mens is namelijk de enige diersoort die tracht tegen dit wapen enige verdedigingstechnologie te ontwerpen.

Enige tweedelingen[bewerken]

Het is altijd handig wanneer een studie-object kan gesplitst worden, en een begrip als "ziekte" laat dergelijke tweedelingen zeer goed toe, zoals weldra zal blijken.

Echte en ingebeelde ziekten[bewerken]

De ervaren ziektedeskundige, ook wel expert geheten, leert al vroeg hoe moeilijk het is om het onderscheid te maken tussen echte ziekten, zoals

  • burn-out;
  • depressie;
  • verslaving;
  • fibromyalgie;
  • obesitas,

en ingebeelde ziekten, zoals

  • burn-out;
  • depressie;
  • verslaving;
  • fibromyalgie;
  • obesitas.

Het onderscheid is zodanig subtiel, dat geen enkel ziekenfonds eraan wil, tot groot ongenoegen van wie aan één, meer of het geheel van deze ziekten lijden.

Oude en nieuwe ziekten[bewerken]

Wanneer de mens tegen een ziekte een afdoend middel heeft gevonden, komt het op de Unesco-lijst van Oude ziekten en aandoeningen van weleer, en riposteert de natuur binnen de veertien dagen na aanpassing van deze lijst, door ofwel

  • met een totaal nieuwe ziekte op de proppen te komen;
  • een ziekte te lanceren die zó lang geleden bedwongen werd, dat ziekte én bestrijdingsmethode al lang vergeten zijn.

Het spreekt vanzelf dat dat laatste enkel lukt met ziekten die van lang vóór het samenstellen van de eerste editie van de Unesco-lijst dateren.

Hoewel een zieke wel, en een ziekte niet kan afgebeeld worden, geeft deze afbeelding toch een aardig idee van een doorsnee ziekte.

Wapens tegen ziekten:van religie tot antibiotica[bewerken]

Tussen ongeveer twee miljoen jaar geleden en 200.000 jaar vóór onze dierbare tijdrekening, was het begrip "ziekte" onbekend, waarschijnlijk omdat deze verre voorouders geen taal hadden. De homo sapiens had die wél[1], en "ziekte" was het woord dat sindsdien gebruikt werd wanneer een stamlid groen werd en dood ging. Op dat ogenblik werd ook het zoeken naar een remedie gestart.

Religie als medicijn[bewerken]

De allereerste poging om een medemens aan de greep van een ziekte te onttrekken, was het geloven in, en het aanroepen van een bovennatuurlijke macht. Dit scheen logisch: aangezien het de natuur was die ziekten op de mens losliet, kon dat alleen maar tegengehouden worden door een macht die boven die natuur stond. Hoewel de homo sapiens niet wetenschappelijk kon aantonen dat eventueel contact met een hypothetische bovennatuurlijke macht überhaupt gelegd kon worden[2], waren er in alle over de toen bekende wereld verspreide stammen slimme jongens te vinden die in het idee een broodwinning zagen, de bovennatuurlijke macht "god" en zichzelf "priester" gingen noemen, en een traditie in gang zetten die heden ten dage nog steeds de mensheid teistert. Het recept was verbluffend simpel: die god zou alle ziekten wegnemen, indien hij maar op de juiste manier aanbeden werd. De overgrote meerderheid van de toen rondlopende mensen trapte erin, en dat doen hun afstammelingen nog[3]. Een pittoresk detail: wanneer ze zich met geneeskunde bezighielden, noemden deze priesters zich "medicijnman", vanwaar later, toen geneesmiddelen in de vorm van pillen, poeders of drankjes werden verstrekt, het woord "medicijn" werd afgeleid.

Planten als medicijn[bewerken]

Achter de rug van de priesters werd intussen wél gezocht naar andere middelen om ziekten te overwinnen, en de overbevolking in stand te houden. Een nieuwe, zij het clandestiene en dus eerder parallelle wending werd genomen toen een zeer vroege vegetariër merkte dat sommige planten bepaalde ziekten, of toch in ieder geval één bepaalde ziekte haar greep op haar slachtoffer[4] kon doen lossen. Nader, zij het primitief onderzoek (we bevinden ons nog steeds in die toch wel lang durende prehistorie) scheen aan te tonen dat de toepasbaarheid van een plant van twee factoren kon afhangen, al dan niet gecombineerd:

  1. de plant had een vorm die overtuigend kon in verband gebracht worden met één of meer aspecten van de ziekte;
  2. de plant veroorzaakte bij een gezonde medemens dezelfde verschijnselen als die veroorzaakt door een bepaalde ziekte.

Het tot de verbeelding sprekende aspect van de eerste factor enerzijds, en het paradoxale aspect van de tweede factor anderzijds, maakten dat een bloeiende geneestraditie ontstond die zoals gezegd parallel liep aan de religieuze geneeswijze, en sinds de vervanging daarvan door de geneeskunde dan weer aan die geneeswijze.

Een doorsnee zieke ziet er ongeveer zo uit. De enigszins gespannen glimlach wijst op een onwrikbaar optimisme van de patiënt.

Medicijn als medicijn[bewerken]

In de XIXde eeuw werd eindelijk het wondermiddel tegen alle ziekten plus één gevonden: in 1858 temde Louis Pasteur het antibioticum, verdeelde het over potjes en bracht het in de handel. Zowel de religieuze als de plantaardige bestrijding van ziekte kregen een enorme klap, al bleven geamputeerden klagen dat zij nog steeds geen centimeter verder stonden, en bleek geen enkel antibioticum in staat om aan ziekte overleden dierbaren terug tot leven te wekken. Deze laatsten konden gelukkig wel hun toevlucht zoeken tot de kunst der voodoo. Het antibioticum had wel een tweetal neveneffecten met verstrekkende gevolgen: zieken namen minder hun toevlucht tot dokters (de antibiotica genazen tóch alles), en de fabrikanten die het temmen, over potjes verdelen en onder klinkende namen op de markt brengen van antibiotica op grote schaal toepasten, kregen een immer groter wordende greep op de maatschappij, wat ons wederom naadloos tot het volgende kopje brengt.

Farmaceutica als medicijn[bewerken]

De overname, kort na de Eerste Wereldoorlog, van het eerder artisanaal verspreiden van antibiotica en afgeleide geneesmiddelen door de industrieel opererende farmaceutica, leidde de XXste eeuw, na een kleine twintig jaar sputteren, definitief in en tot een grote verandering in de benadering van het begrip "ziekte". Zoals altijd wanneer er sprake is van industrie, kwam de omzet van de farmaceuticabedrijven op de eerste plaats, en werden geneeskundige ontwikkelingen daaraan ondergeschikt te maken. Het kwam er dus op aan om ziekten te stimuleren in functie van wat de farma-industrie op winstgevende manier kon produceren, wat het op hol slagen van obesitas en depressie verklaart. Wee dus de zieke die lijdt aan een ziekte die niet op korte termijn een lang verkoopbaar commercieel interessant medicijn oplevert: net zoals onze zeer verre voorouders wordt hij eerst groen, en gaat dan dood. Door het willekeurig toepassen van een reeks niet specifiek voor die ziekte ontwikkelde medicijnen, steevast beginnend met antibiotica, kan het zijn dat de moderne zieke korter, maar ook veel langer in het groene stadium verkeert.

Nog meer tweedelingen[bewerken]

Onderwerpen in twee delen werkt niet alleen verhelderend, maar ook verslavend. Dat komt goed uit, want veel wetenschappers en maatschappelijke werkers beschouwen verslaving óók als een ziekte.

Dokters en kwakzalvers[bewerken]

Zwalpend en/of geklemd tussen priesters, plantenverzamelaars en met antibiotica gewapende doe-het-zelfgenezers, vinden wij de goedbedoelende en lang studerende dokter, wiens titel des te hoger in aanzien staat naarmate de eerder genoemde ziektebestrijders er zich kunnen mee tooien, terecht of onterecht. Het zijn dan ook de dokters die voor hun concurrenten de term kwakzalvers hebben bedacht, een kleine troost voor een groot onrecht.

Apothekers en gifmengers[bewerken]

Een gelijkaardig lot ondergaan de verstrekkers van de door dokters voorgeschreven geneesmiddelen: ook zij zwalpen en/of voelen zich geklemd tussen priesters, plantenverzamelaars en met antibiotica gewapende doe-het-zelfgenezers, al hebben ze doorgaans iets minder lange gestudeerd dan dokters[5]. Apothekers noemen, naar analogie met de "dokter-kwakzalver" binomium, hun concurrenten "gifmengers".

Beeld en klank[bewerken]

Wie een ziekte wil bestuderen, uit zuivere interesse of in een poging om de lijder eraan te genezen, probeert zich van die ziekte een beeld te vormen, en dat beeld kan allerhande vormen aannemen.

Minstens even belangrijk is de ziekteklank, een aspect dat aan de basis ligt van de ontwikkeling van de stethoscoop. Met dat ding luistert de ziekteonderzoeker naar het lichaam dat de ziekte herbergt, en ook die klank kan heel divers zijn.

Beeld en klank samen leiden tot een interessante hoop gegevens en/of een hoop interessante gegevens, en heel soms ook tot genezing van de lijder, die men overigens "zieke" noemt. Jawel, de lijder is maar één letter verwijderd van zijn aandoening, een gedachte om even bij stil te staan.

Nog een laatste tweedeling[bewerken]

Om het af te leren enerzijds, en omdat men op twee benen wel kan staan, maar geen interesse opwekt, nog een derde setje tweedelingen. Mocht dit lemma er overzichtelijker door worden, dan zou dat mooi meegenomen zijn.

Ziekten bij niet-menselijke wezens[bewerken]

Niet alleen mensen, maar ook andere dieren, en zelfs planten kunnen ziek worden, eveneens in het kader van natuurlijke overbevolkingsbestrijding. Bekend en berucht zijn

  • schurftige aardappels;
  • depressieve wilgen, die men meevoelend "treurwilgen" noemt;
  • kreupelhout;
  • vetplanten;
  • brandnetels.

In tegenstelling tot wat bij menselijke zieken lukt, hebben antibiotica geen uitwerking op deze ziekten, en kan de natuurliefhebber enkel machteloos toekijken.

Ziekten bij niet-wezens[bewerken]

Door, sinds de opkomst van de taal en het betreffende woord, dag in dag uit met het verschijnsel "ziekte" geconfronteerd te worden, is het begrip zó diep in het wezen van de mens doorgedrongen, dat afwijkingen, tekortkomingen en fouten bij niet-wezens óók hiermee worden aangeduid. Zo kunnen

  • gebouwen lijden aan asbestose: vaststelling van aanwezigheid van asbest verhindert de aanwezigheid van werknemers, zodat het in het gebouw aanwezige bedrijf schade lijdt;
  • rotsformaties lijden aan erosie: overmatig volumeverlies lijdt tot verminderde interesse vanwege bergbeklimmers;
  • waterlichamen lijden aan chemische vervuiling: schepen krijgen het moeilijk om scheepslui te vinden die over kwalijke dampen producerende wateren willen varen;
  • landschappen bevlekt zijn met braakland: niks wil er groeien, hoeveel kunstmest en genetisch gemanipuleerde organismen er ook tegenaan gegooid worden.

Ook hier helpen geen antibiotica, en zijn er zelfs geen goeie zielen te vinden die er een doktersopleiding willen voor opstarten.

Zie ook[bewerken]

Notenbalk[bewerken]

  1. Denk maar aan het in 190.233 vóór C. ontstane Groempf-epos, en de minstens even hoogstaande Overpeinzingen van een Homo Sapiens uit 89.893 vóór C., allebei door Professor W. Druyff bij Uitgeverij Den Dampenden Darm te Zevergem uitgegeven in 1988, maar wegens de recente archeologische vondsten van 2007 in het Spaanse Atapuerco voorlopig niet meer leverbaar.
  2. Ook al omdat de homo sapiens in den beginne nog enige moeite had met woorden als "eventueel", "hypothetisch" en "überhaupt". Hij had ook moeite met het begrip "Familiaire hypercholesterolemie", maar dat hebben ook nu wel meer mensen, en doet bovendien nu niet ter zake.
  3. De Neanderthaler, een tijdgenoot van de homo sapiens, trapte er niet in, en stierf uit, een argument dat dankbaar door priesters wordt gebruikt wanneer hun volgers sceptisch dreigen te worden.
  4. Zeer slecht gekozen uitdrukking, beweren archeologen en vooral antropologen, aangezien zieke stamleden niet geschikt werden gevonden om te slachtofferen, aangezien dat door de aangesproken god als een belediging kon worden opgevat.
  5. Elk studiejaar overdoen helpt deze frustratie overmeesteren, menen sommige aspirant-apothekers.