Toneel

Uit Oncyclopedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Toneelmaskers.GIF
Het leven is een schouwtoneel:
elk schoorsteenveger speelt zijn deel.
Daarna, helaas of langverwacht,
komt neer dat doek, en vaak onzacht!

~ Drs. P in een zwaarmoedige bui.
Well I'm not having anyone staring in disbelief at my willy's suspension!
~ Captain Blackadder die weigert Nederlands te praten, en ons zo een belangrijk inzicht onthoudt omtrent het bereidwillig opheffen van ongeloof.
Haardlezen.JPG
WAARSCHUWING VOOR ONERVAREN LEZERS
Deze pagina is onmenselijk laaaaaaaaaaaang, en wordt dus bij voorkeur gelezen
tijdens de lange winteravonden, wat de houdbaarheid ervan beperkt tot de periode
21 december - 21 maart

Toneel is een universeel fenomeen, volksvermaak en (niet officieel erkende) religie waarbij ongeletterden toekijken hoe minder ongeletterden op een podium uitbeelden wat zij met veel moeite in een boek hebben kunnen lezen en uit het hoofd leren, ter lering en tot vermaak van de sukkels in de zaal. Als deze sukkels al over een zaal beschikken, en de iets verhevener sukkels over een podium.

Inhoud

[bewerken] Ontstaan

Toneel treedt op[1] wanneer een beschaving zich begint te bezondigen aan religie, en dit ongeacht de locatie in het universum, de periode in de wereldgeschiedenis of de richting van de wind. Dit zou niet mogen verwonderen, aangezien elke religie het grotendeels moet hebben van indrukwekkend ceremonieel gedrag der priesters.

[bewerken] Uitgedoste acteurs

Onorthodox geklede acteurs halen zich de banbliksems van hun religie op het lijf.

Niet zelden dragen vertegenwoordigers van een eredienst exotische gewaden, en zo ook de toneelspelers of acteurs, zoals de optredende artiesten genoemd worden. Het beroep doen op de bereidwilligheid van de toeschouwers (ook wel "publiek" geheten) om hun ongeloof even aan de kant te zetten[2] is een andere opvallende parallel, alsmede het uitbeelden van fictieve gegevens en deze als waar gebeurd en tot lering strekkende proberen te verkocht te krijgen.

[bewerken] Uitgerolde rollen

Oorspronkelijk stonden acteurs gewoon hun teksten af te lezen van opgerolde (en na het stuk dus afgerolde) stukken papyrus, perkament, palmbladeren of aluminiumfolie, maar dat deed een té groot beroep op de eerder genoemde bereidwilligheid van de toeschouwers, zodat men, overtuigd door het toenemend protest (en afnemend theaterbezoek) van het publiek, overging tot het uit het hoofd leren der teksten. De rollen verdwenen dus uit het zicht, maar niet uit de praktijk: ook nu nog worden bij het aanleren van een nieuw toneelstuk deze rollen met veel ceremonieel gedoe uitgereikt aan de deelnemers.

[bewerken] Uitgezochte stukken

Het geheel van teksten, eventueel opgefleurd met aanwijzingen aangaande podiumversiering, gelaatsuitdrukkingen en handgebaren, wordt een "toneelstuk" genoemd, en wanneer deze stukken onvoldoende beheerst door de acteurs worden opgevoerd, nemen ze de gedaante aan van stukken en brokken. Wanneer de stukken wél voldoende beheerst schijnen te worden, zijn het de critici die er alleen brokstukken van overlaten.

[bewerken] Uitgesloten vrouwen

In elke cultuur ontzegt de parallelle religie aan vrouwen het recht om deel te nemen aan toneelactiviteiten, tenminste op het podium. Het duurt vaak eeuwenlang eer deze discriminatie opgeheven wordt, en in de betrokken religie duurt het vaak nog langer dan in de toneelwereld. Omdat zowat eender welk verhaal, hoe fictief ook, pas aannemelijk wordt voor het publiek wanneer er ook vrouwen in voorkomen, worden dergelijke rollen in den beginne toevertrouwd aan mannelijke toneelspelers, tot het meest bereidwillige publiek ook deze praktijk met gejouw beloont, en men het andere geslacht ook toelaat op het podium.

[bewerken] Toneel in soorten, kleuren en maten

Op straat of in een zaal: een gezellige komedie trekt altijd volk, en de applausmeester (rechts onder, met kruisboog: 't waren onzekere tijden toen...) zorgt ervoor dat de sfeer niet stuk kan.

Evenals de hogere gewaarwordingen zoekende sterveling de keuze heeft tussen verschillende religies, zo kan ook de naar toneel smachtende aardbewoner kiezen uit een gevarieerd aanbod in toneelgenres, het ene al overtuigender dan het andere.

[bewerken] Mysteriespel

Het genre dat historisch gezien aan de basis ligt van elke toneeltraditie, is het mysteriespel, waarbij de personages een mysterie trachten op te lossen. Meestal gaat het om een moord, en niet zelden wordt er van de toeschouwers verwacht dat zij tijdens het toneelspel meezoeken naar de moordenaar, en de held van het verhaal luidkeels verwittigen wanneer achter hem een verdachte gedaante opduikt. Zo zochten de Middeleeuwers van heel Europa ijverig mee naar de breker van de vaas van Soissons, en ook nu nog tellen wereldwijd toeschouwers angstvallig mee wanneer tien kleine negertjes één na één van een op het podium gemonteerde schoorsteenmantel verdwijnen.

[bewerken] Historiespel

Het historiespel is in wezen een omgekeerd mysteriespel: de dader is bekend, maar er wordt achteruitgegaan tot aan het begin van de intrige, ten einde te weten te komen hoe het zover is kunnen komen. Dit genre is in geen enkele cultuur een lang leven beschoren, omdat, op één enkeling na, geen enkele toneelliefhebber het boeiend vindt om mee te zoeken naar een dader die binnen de vijf minuten na aanvang van het spektakel al bekend is, en omdat weinigen echt benieuwd zijn naar de onderliggende beweegredenen annex Freudiaanse impulsen.

[bewerken] Komedie

In zowel mysteriespel als historiespel is er meer spanning dan ontspanning aanwezig, en spoedig wordt men in het toneelmilieu een behoefte aan scherts gewaar. Wanneer deze behoefte ondraaglijk wordt, ontstaat spontaan de komedie, een toneelgenre waarbij de schrijver systematisch één op zoveel zinnen "grappig" maakt. Een dergelijke zin, in het vak ook wel "lijn" genoemd, wordt op een totaal andere manier "gebracht" dan de andere, en na de "levering" wacht de spreker geduldig wacht op het gelach uit de zaal. Dit kan hij doen op twee manieren:

  1. de schalkse blik: de speler laat aan het publiek tersluiks merken dat wat hij net zei grappig bedoeld was, een een beetje ervaren komedieliefhebber barst dan gul in lachen uit, ongeacht de kwaliteit van het gebrachte. Hoewel deze techniek doorgaans afdoende efficiënt en "veilig" blijkt, wordt in grotere zalen (en dus bij duurdere producties) vaak een applausmeester ingehuurd, die door middel van vooraf afgesproken signalen het sein tot lachen geeft, en meteen ook de omvang en de duur van het gelach in de juiste richting stuurt (zie ook "claque").
  2. de (on)verstoorde onschuld: de speler blijft onverstoord vóór zich kijken terwijl hij wacht op de reactie van het publiek, aldus de indruk wekkend dat hij niet beseft dat hij iets grappigs heeft gezegd. Deze techniek is zowel moeilijker als onveiliger, en leidt wel eens tot pijnlijke stiltes. Ook hier is de aanwezigheid van een goede applausmeester geen luxe.

De komedie is de voorloper van de Amerikaanse sitcom, een televisie-uitzending waarbij men, dankzij een goed voorbereid en geleid publiek, aan de tweede techniek de voorkeur geeft. Doordat de reacties van het studiopubliek mee uitgezonden worden, hoeft de kijker thuis nooit te twijfelen aan de lachintenties van de schrijvers, en is iedereen tevreden.

[bewerken] Tragedie

Een overaanbod van komedies leidt automatisch tot een behoefte aan gemeenschappelijke droefheid, en die wordt dan opgewekt door tragedies. Hier wordt men verondersteld om niet te lachen, ook niet sporadisch, tenzij met het zwaar overdreven spel van de acteurs, ook wel eens "overacteren" genoemd. Dit lachen dient discreet te gebeuren, ten einde het medeleven van de minder kritische toeschouwer niet te ondermijnen.

[bewerken] Tragikomedie

Een afwisselend overaanbod van respectievelijk komedies en tragedies leidt heel af en toe tot de productie van een tragikomedie, waarbij het publiek heen en weer geslingerd wordt tussen "een lach en een traan". Omdat dit heen en weer slingeren zowel voor de toeschouwers als voor de acteurs een heuse titanenarbeid is, worden maar zeer zelden tragikomedies op de planken gebracht, en moeten liefhebbers van dit genre soms jaren wachten eer ze zich nog eens heen en weer kunnen laten slingeren.

[bewerken] Musical

Onder invloed van een vrij bizar verschijnsel uit de muziekwereld, kan het gebeuren dat midden in een toneelstuk één der acteurs zijn tekst niet zegt, maar zingt. Wanneer dat gebeurt tijdens een scène die een muzikaal gegeven behandelt, en bovendien muzikanten en muziekinstrumenten in de podiumopstelling heeft, dan kan zoiets er nog mee door, vooral als de gebruikte melodie een leuk wijsje is. Het is doorgaans het toevallig passen van een stuk tekst op een populair deuntje dat de acteur in kwestie tot de actie laat overgaan, en zolang deze tekst geen geweld wordt aangedaan knijpt de auteur een oogje dicht. Wanneer de interventie plaatsheeft tijdens een scène die niets met muziek te maken heeft, het gezang begeleid wordt door een onzichtbaar orkest, de omstaande acteurs geen blijk van verwondering geven, en het verschijnsel verscheidene malen optreedt in één toneelstuk, dan wordt de bereidwilligheid van het publiek zozeer op de proef gesteld, dat de spanning alleen kan gekalmeerd worden door onvervaard over een apart genre te spreken, en aldus op een ander niveau van bereidwilligheid tot het opheffen des ongeloofs terecht te komen: de musical. De term is een door hippe reclamejongens gepolijste versie van de oorspronkelijke uitdrukking "muzikale komedie": na veel geëxperimenteer in het stadium van al dan niet aanvaarden van een nieuw genre werd immers vastgesteld dat alleen tijdens een komedie het publiek dergelijke fratsen zonder teveel tegenstand slikte. Operaliefhebbers zijn veel meegaander, maar dat heeft te maken met de ontstaansgeschiedenis van dat muziekgenre.

[bewerken] Poppenspel

Het beroemde Jan-Klaassengezelschap in achtereenvolgens "Romeo and Juliet", "Le malade imaginaire", "Faust" en "Jesus Christ Superstar".

Een vaak over het hoofd gezien toneelgenre is het poppenspel of poppenkast, waar de rollen vertolkt worden door één persoon, die een reeks schattige poppetjes op het ritme van de tekst laat bewegen, in het kader van een kleine kast met een door een gordijntje afgesloten raam . Dit genre ontstaat wanneer in het koppel religie-toneel het evenwicht doorbroken wordt, en al de aandacht, en vooral het geld, naar de priesters gaat. Deze werken dat vaak in de hand door hun concurrent als heiligschennend, ketters en onzedig te verklaren. Op zo'n moment verdwijnt toneel ogenschijnlijk van het toneel, om dan in een goedkope en praktische vorm weer tevoorschijn te komen: geen dure en grillige acteurs, geen veeleisende auteur, geen centenvretende accommodatie meer, maar budgetvriendelijk vermaak. Het repertoire lijdt er wel enigszins onder, omdat de schaalverkleining ook het publiek treft: dit bestaat uitsluitend uit kinderen. Zelfs de structuur van het toneelstuk wordt beïnvloed: men spreekt niet langer van bedrijven en scènes, maar van tableau's en schuifkens. De tableaus' zijn niet meer dan de achtergronden met alle figuren die in dat bedrijf voorkomen, en de schuifkens de onderverdelingen van die tableau's[3]

[bewerken] Avant-garde

Zoals in alle cultuuruitingen, wordt ook toneel aangetast door avant-garde. Wanneer een creatieveling iets in elkaar bokst dat nergens naar lijkt, maar dat hij toch gesubsidieerd wil zien, dan noemt hij het avant-garde, daarmee aangevend dat het publiek gewoon nog niet rijp genoeg is om het te begrijpen. Om voor een creatie centen te krijgen, dient deze bij een bepaalde cultuuruiting ondergebracht te worden, en zo krijgt de toneelwereld ook af en toe een dergelijke parasiet op bezoek. Een veel voorkomende avant-gardevorm van toneel is de monoloog, waarbij een eenzame persoon een tekst staat te declameren, meestal van autobiografische inslag. Het publiek houdt zich meestal goed met de gedachte dat men zoiets toch een keer moet meegemaakt hebben, en dat men niet eeuwig hetzelfde kan blijven doen, en dat het toch interessant is. Deze ambiance wordt alleen verstoord door een occasionele oudere dame die luidop klaagt dat ze de afloop van het verhaal niet gesnapt heeft.

[bewerken] Structuur

Professor W. Druyff legt aan geboeide Harvardstudenten de structuur uit van Samuel Becketts kaskraker "Waiting for Godot".

Toneelstukken hebben nood aan een structuur, en deze laat, in tegenstelling tot wat waargenomen wordt in andere cultuuruitingen, weinig marge. Immers, zonder degelijk houvast verdampt de even spreekwoordelijke als vluchtige bereidwilligheid tot opheffen des ongeloofs. Een toneelstuk die naam waardig (we laten de avant-gardestukken even buiten beschouwing) voldoet dus structureel gezien aan een aantal minimumeisen: het bestaat minstens uit een drie bedrijven, twee verhaallijnen en één pauze.

[bewerken] Bedrijf

Zelfs bij de meest statische toneelstukken spreekt men van "bedrijven", en daarmee wordt dus niet noodzakelijk geduid op enige bedrijvigheid: een toneelacteur die "in bedrijf is" bevindt zich gewoon middenin een gedeelte van een toneelstuk, desnoods bewegingsloos, liggend, of zelfs lichtjes snurkend. Het begrip werd gelanceerd in het XVIIde-eeuwse Hollandse theaterwezen, toen strenge protestantse overheden toneelacteurs ervan beschuldigden "leeghloopers ende sackenvulders" te zijn. De term "bedrijf" misleidde deze kerkvaders zo doeltreffend, dat hij, net zoals de Hollandse scheepstermen, al dan niet vertaald of losjes aangepast over de gehele wereld werd gebruikt. Het oorspronkelijke woord "akt" (of "act"), afkorting van "acteur", verdween niet helemaal, en wordt nog regelmatig gebruikt.

Om de acteurs te helpen klaar zien in de stukken tekst die ze uit het hoofd moesten leren, werd in één moeite door het bedrijf nog eens opgedeeld in scènes. Ook deze term werd geëxporteerd, maar belandde niet ongehavend in het buitenland: de buitenlanders die getuige waren van het maken van een scène gingen ervan uit dat het louter ging om miskende acteurs die zich tegen tirannieke regisseurs verzetten, en omgekeerd.

De eerder vermelde creatieve geesten, die tegelijk de wind van de Renaissance in de rug en de wind van de Verlichting van voren kregen, bepaalden meteen (ze waren nu tóch creatief bezig) dat een evenwichtig toneelstuk drie bedrijven moest tellen, eventueel meer (bijvoorbeeld vijf), maar zeker niet minder. Dit esthetisch evenwichtsprincipe leidde tot een overheersing van driebedrijvige (en in mindere mate vijfbedrijvige) toneelstukken, ook buiten Holland, en plaatste theaterbesturen voor een groot probleem: de plaatsing van de onontbeerlijke pauze.

[bewerken] Pauze

Diezelfde kerkelijke overheid, die de concurrerende theatermakers al de termen "bedrijf" en "scène" had rijker gemaakt, was niet in haar nopjes met de pauze, omdat dat een periode van "duyvelsche leedighheyd en buytenspoorigh ghedragh" zou zijn, tenzij ze een hele zondag lang duurde. Dat was te lang voor een toneelproductie, en duchtig lobbyen leverde uiteindelijk de goedkeuring op van "eene pause van nyet meer dan een half uyr". Maar waar zet je een pauze in een driedelige opvoering, of een vijfdelige? Middenin het tweede (of derde) bedrijf? De populairste oplossing bleek die van I-II-Pauze-III te zijn, en die beslissing had ook invloed op de structuur van het toneelstuk:

  1. Eerste bedrijf: twee of meer verhaallijnen ontwikkelen zich onafhankelijk, maar toch niet zó onafhankelijk dat de toeschouwer geen haarfijn verbandje kan leggen, al was het maar een simpel misverstandje door het misverstaan van één woordje in een zinnetje.
  2. Tweede bedrijf: de handige auteur werkt dit dunne intrigedraadje uit tot een ongemeen zwaar treffen tussen verschillende partijen, die op het punt staan elkaar onherroepelijke schade te berokkenen.
  3. Pauze: het publiek trekt druk babbelend naar bar, om daar tussen pot en pint diverse theorieën te ontwikkelen over hoe het nu allemaal moet aflopen. Aan de deur van die bar staat een buitenwipper, die ervoor zorgt dat er niemand binnensluipt die het stuk al eens gezien heeft: deze indringer zou de spanning wel eens kunnen verknallen.
  4. Derde bedrijf: alle deelnemers aan de intrige blijken boter op het hoofd, lijken in de kast en vanalles op de kerfstok te hebben, dus wordt op een diplomatische manier alles bijgelegd, tenzij de auteur beslist dat het lang geleden is dat het publiek nog eens een goeie portie moord en doodslag heeft gehad. In dat geval gaat de hele bezetting eraan, op een oude dienstbode na, die een meewarige opmerking plaatst over het menselijk ras, en de lichamen begint op te ruimen.


Wanneer er tussen twee bedrijven veel tijd nodig is voor een indrukwekkende decorwissel, wordt wel eens een "entr'acte" opgevoerd: twee grapjassen-in-opleiding komen dan het publiek wat bezighouden, bij voorkeur met zaken die absoluut geen verband houden met het aan de gang zijnde toneelstuk. Uit deze ondankbare opdracht (het publiek wil zijn gedachten houden bij de intrige van het stuk en jouwt de gatenvullers uit) worden niet zelden gerenommeerde komieken geboren, zoals Balkenende en Bauer. Een omhaling voor behoeftige acteurs is óók een veelgebruikte gatenvuller, en nog minder populair bij het publiek dan de eerder genoemde grapjassen.

[bewerken] Verhaallijn

Een toneelstuk bevat minstens twee verhaallijnen, en die moeten (ogenschijnlijk) zo lang mogelijk uit elkaars buurt blijven, tot één of andere toevallige gebeurtenis de fatale toenadering veroorzaakt. De verhaallijnen zelf hebben weinig belang, en kunnen eender wat bevatten: hoe banaler hoe liever, want dat brengt ze dichter bij de toeschouwer, die het boeltje (en de hele intrige) meteen wat geloofwaardiger vindt.

[bewerken] Afwijkingen

Toevoegingen aan de hierboven vermelde structuur zijn niet uit den boze, maar worden liefst zo zuinig mogelijk toegepast. Het inlassen van een voorspel (populair bij erotisch getint toneel), intermezzo's (bij stukken met een flauwe intrige, die het moeten hebben van schitterende en gevarieerde decors), extra bedrijven (wanneer plaats moet voorzien worden voor protegés van sponsors, en de intrige dient aangevuld).

Weglatingen zijn te stelligste af te raden, omdat dan het publiek óf zijn weg niet meer vindt in het stuk, óf het de moeite niet vindt om voor een prul het huis uit te komen. Hiertegen zondigen vooral monologen en eenakters, en stukken waarbij de intrige is weggelaten. Gemakshalve worden deze stukken bij avant-garde ondergebracht, zodat de potentiële belangstellende vooraf gewaarschuwd is. Deze waarschuwing heeft nog een ander voordeel: aangezien een gewaarschuwd man er twee, en een gewaarschuwde vrouw er vier waard is, zit bij een avant-gardestuk de zaal nog verrassend snel vol.

[bewerken] Accommodatie

Van de accommodatie van deze theaterzaal is niet veel meer over, sinds teleurgestelde toeschouwers de zaal afbraken nadat Shakespeare's "De vrolijke vrouwtjes van Windsor" niet de erotiek bleek te bevatten die de titel nochtans beloofde.

Een boek heeft een drukkerij, een schilderij een kader, en een lied een stel stembanden nodig. Ook toneel heeft nood aan accommodatie, zonder dewelke het meest ambitieuze project het aanschijn krijgt van een armzalig verkleedpartijtje. Binnen of buiten, bezemhok of voetbalstadion, anderhalve man en een paardenkop of duizendkoppige menigte: een toneelspeler speelt altijd in en voor een zaal. Wat ook de plaats van uitvoering zij: op één of andere manier zorgen de acteurs ervoor dat de hieronder beschreven elementen aanwezig zijn, zonder dewelke hij zich ontheemd voelt en zich moeilijk kan concentreren.

[bewerken] Planken en koorts

Toneel wordt gebracht op een verhevenheid vooraan in de zaal, en die verhevenheid wordt "de planken" genoemd. Ongeacht uit welke boom deze planken ook gezaagd worden, éénmaal ze op een voor toneel geschikte wijze tot één geheel worden samengevoegd, veroorzaken ze koortsaanvallen bij elke acteur die ze moet betreden. Deze plankenkoorts wordt meestal bestreden door de planken vóór een voorstelling in te strijken met een mengsel van aspirine, kinine en valium. De dampen die uit dit brouwsel opstijgen kunnen meestal de niet té zware gevallen van plankenkoorts temperen.

[bewerken] Cour en jardin

Toneelacteurs hebben zonder uitzondering één eigenschap gemeen: zij kennen rechts niet uit links, of omgekeerd, en hebben zelfs hulp nodig om hun schoenen correct aan te doen. Deze afwijking maakt het werk van de regisseur bijzonder lastig, vooral wanneer hij de acteurs wil inprenten wanneer zij zich waar op het podium moeten bevinden. Daarom ontwikkelde een Franse regisseur, actief in Avignon, een methode om de acteurs te helpen zich te oriënteren op het podium: aan de kant die vanuit de zaal gezien rechts zou genoemd worden, liet hij de toiletten bouwen, en aan de andere kant van het podium liet hij een tuintje aanleggen. De toiletten waren toen behoorlijk primitief (we hebben het tenslotte over de eerste helft van de XIIde eeuw), en bestonden uit een betegelde open ruimte, waar men zijn gevoeg deed. Dit koertje, en het gebruik dat er (buiten de oriëntatie) van gemaakt werd, resulteerde enerzijds in de nog steeds in Vlaanderen courante uitdrukking "naar de koer gaan", en anderzijds in de benaming "côté cour" voor die kant van het podium. Het tuintje leverde vanzelfsprekend het begrip "côté jardin" op. Ook nu nog is het niet ongewoon om een toneelspeler die te trots is om zich te laten helpen bij het aandoen van zijn schoenen, schoeisel te zien dragen waarbij op de rechterschoen een discreet groen tegelmotiefje is aangebracht, en op de linkerschoen een rood plantenmotiefje.

[bewerken] Decor en rekwisiet

Om de inmiddels al verscheidene malen aangehaalde bereidwilligheid van de toeschouwer niet al te zeer op de proef te stellen, maken toneelspelers gebruik van decor en requisieten. Het decor geeft de grotere ruimt weer waarin het personage verondersteld wordt zich te bewegen, de rekwisieten helpen acteur en toeschouwer om zich binnen die fictieve ruimte te oriënteren. Het decor kan een minutieuze weergave zijn van een compleet landschap, of zich beperken tot een blote muur. Aangezien zich achter een acteur altijd wel iets bevindt, desnoods de benzinepomp van het naburige dorp, of het heelal, kan een acteur met wat verbeelding op dat plan altijd wel iets overtuigends neerzetten, al is de benzinepomp in kwestie niet zo gemakkelijk te plaatsen in Shakespeares "Julius Caesar". Moeilijker wordt het wanneer niet de juiste rekwisieten voorhanden zijn, en de toneelspeler bijvoorbeeld genoodzaakt is om in een tragedie een koningsrol te spelen met op zijn hoofd een fietshelm en in zijn hand een wc-borstel. De ultieme noodoplossing in beide gevallen wordt altijd geleverd door het magische woord "avant-garde", een vage afbakening waarbinnen elk decor of elk rekwisiet wel één of andere passende functie kan toegekend vormen, desnoods door het omgekeerde te illustreren van wat de tekst zegt.

[bewerken] Rondom de acteurs

Behalve de acteurs, die goed zichtbaar zijn voor wie niet ligt te slapen, zijn er bij toneel nog andere markante figuren betrokken. In tegenstelling tot de acteurs, waarvan er minstens twee, en maximum zeshonderd[4] voorradig zijn, telt elk theater maar één exemplaar van elk ander bij het toneel betrokken persoon.

[bewerken] Auteur

Elk toneelstuk is het geesteskind van een schrijver, die even goed analfabeet kan zijn, en dus om misverstanden te vermijden "auteur" genoemd wordt. Deze auteur kan zowel van het mannelijke als van het vrouwelijke geslacht zijn, en in dit laatste geval spreekt men in taalpuristische kringen ook wel van "auteuse" of "autrice". De meest productieve auteur van toneelwerken is ongetwijfeld "A. Nonymus", die in recentere tijden ook veelvuldig de schuilnamen "A. Noniem", "A. Nonyme", "A. Nonymous" en "A. Nonimo" gebruikt, zonder daarmee overigens wie dan ook om de tuin te leiden. De bedenkelijke kwaliteit van negentig procent[5] van het toneelwerk van de laatste drieduizend jaar heeft ertoe geleid dat zeer veel toneelliefhebbers het begrip "auteur" verwarren met het begrip "autist".

[bewerken] Regisseur

Het uit het hoofd kennen van de rollen houdt ook in dat de acteurs op het podium behalve het zeggen van hun tekst niets meer om handen hebben, letterlijk en figuurlijk. In dit stadium duikt dan onvermijdelijk het fenomeen "regisseur" op: een persoon die hen aan het verstand brengt hoe ze zo efficiënt en toch overtuigend mogelijk bewegen, anders dan met alleen hun lippen, en eventueel ook welke grimassen ze moeten trekken, en welke variatie ze in hun intonatie moeten of kunnen leggen. Wanneer een acteur zich zelf al een idee van een dergelijke evolutie van statisch naar dynamisch acteren, komt hij onverbiddelijk in aanvaring met de regisseur, want beider inzichten komen zelden overeen. Beiden beroepen zich op hun artistieke inbreng, en uiteindelijk stapt één van hen op.

[bewerken] Toneelknecht

Elke toneelvoorstelling wordt begeleid door een toneelknecht, wiens taken, afhankelijk van de omvang der productie, kunnen variëren van koffie zetten tot decors wisselen. Toneelknechten zijn ten allen tijde begiftigd met de goddelijke deugd die "bilocatie"heet: het vermogen om op méér dan één plaats tegelijk te zijn. Deze goddelijke eigenschap staat in schril contrast met hun wat uitgebluste uiterlijk, maar alleen een beginneling laat zich hierdoor misleiden: een ervaren tonelist weet een toneelknecht naar waarde te schatten.

[bewerken] Souffleur

Souffleur.GIF

Niet alle acteurs beschikken over een even solide geheugen, hebben het, uit pure schrik voor plankenkoorts, verdoofd door middel van alcohol of andere geestesverruimende middelen. Om de gaten te dichten die aldus in een dialoog kunnen ontstaan, wordt een persoon aangesteld, die "souffleur" genoemd wordt. Deze benaming, die letterlijk "blazer" betekent, komt uit het Franse toneel, en verwijst naar de belangrijkste eigenschap van deze persoon: woorden, zinnen en paragrafen vanaf de rand van het podium naar de haperende acteur slingeren zonder dat iemand anders deze woorden hoort. Dit wordt gedaan door de tekst te blazen: de stembanden worden uitgeschakeld en woorden overdreven gearticuleerd, zodat de acteur in nood zijn tekst herkent, en de andere aanwezigen enkel een frisse bries gewaar worden. In kleine theaters staat deze souffleur aan de kant, in de coulisse, in grotere toneelhuizen neemt hij plaats in een bakje vooraan het podium. Of liever zijn hoofd neemt daar plaats, want voor de rest van zijn lichaam is daar gewoon geen ruimte, en dat lichaam rust tijdens de voorstelling in een sarcofaag onder het podium. Het bakje oogt ogenschijnlijk onooglijk voor het publiek, maar het heil van vergeetachtige toneelspelers acteurs hangt er zózeer vanaf, dat dezen de meest onwaarschijnlijke verhalen vertellen over hoe het bakje aan hen verscheen toen zij er de hulp van behoefden.

[bewerken] Publiek

Buiten de categorie "avant-garde" is het niet gebruikelijk dat toneelspelers uitsluitend voor zichzelf spelen, maar trachten een groep mensen een hoop fictie als waar gebeurd te laten slikken. Deze groep is het toneelequivalent van de gelovigen[6] die door een priester worden toegesproken, en wordt "publiek" genoemd. Een goede toneelspeler "bespeelt" het publiek, een minder goede verveelt het. Het op en neer veren van de bereidwilligheid tot het opheffen des ongeloofs, veroorzaakt door wisselende vaardigheden van verschillende acteurs, kan vooral bij minder ervaren toeschouwers de indruk wekken dat de minder goede acteurs de rol van een acteur spelen, wat de intrige vaak boeiender en interessanter maakt dan ze door de auteur bedoeld is.

[bewerken] Critici

In dat publiek zit ook minstens één criticus. Nu is in principe eenieder die kritiek levert een criticus, maar er zijn mensen die daarvoor betaald worden. Zij zijn zelf niet in staat om een acteerprestatie neer te zetten, laat staan een toneelstuk te schrijven of nog maar te regisseren, maar voelen zich gemachtigd om andermans prestaties tot de grond af te breken, en de lezers van hun krant, tijdschrift of blog aan te manen om toch niet naar zo'n prutswerk te gaan kijken. Zij krijgen hun toegangskaartje gratis aangeboden, maar zelfs dat belet hen niet om de zaal tussen het eerste en het tweede bedrijf te verlaten, en in een naburig café hun vernietigend verdict neer te pennen.

[bewerken] Claque

Een toneelstuk staat of valt met de bedrevenheid van één enkele persoon, die een vaste plaats heeft in het publiek, meestal een zogenaamde "loge" aan de zijkant. Deze man zet door zeer luid in de handen te klappen en "Bravo!" te roepen het applaus in gang, tenzij hij vlak vóór de aanvang een hoger bod heeft gekregen van een concurrerende auteur, regisseur of compleet toneelgezelschap. Dan roept hij "Boe!" en fluit op zijn vingers. Bij komedies krijgt deze persoon de functie van applausmeester, een ambt dat zodanig goed betaald wordt dat geen enkele tegenpartij er vat op heeft. De Frans ogende benaming van deze functie, "claque", is niet meer dan een sjieke schrijfwijze van het Vlaamse woord "klak", wat zoveel als "pet" betekent. De claque, die verondersteld wordt door te gaan voor "een man van het volk", ook wel "Jan met de Pet" genoemd, draagt immers... een pet!

[bewerken] Brandweerman

Bij elk schouwspel is een brandweerman betrokken, die gewapend met een bijl en een emmer water toekijkt of er op het podium geen brand wordt gesticht. Dat is namelijk ten strengste verboden. Het water dient om een eventuele brand te blussen, de bijl om de brandstichter een lesje te leren.

[bewerken] Sjokoglasee

De sjokoglasee dient zich aan haar gamma te houden, ongeacht de plaats, het tijdstip of het klimaat.

Tijdens elke toneelvoorstelling, meer bepaald tijdens de pauze, doet een dame de toer van de zaal met versnaperingen, die meestal van verfrissende en tegelijk solide aard zijn. De eeuwenoude woorden , "ijslolly", "magnum", "frisco", en zelfs "eskimo" duiken daarbij altijd weer op. De dame zelf, of toch haar ambt, noemt men "sjokoglasee", naar een verouderde term voor het eerder vermelde snoepgoed, waarbij de begrippen "chocolade" en "ijs" op ingenieuze manier met elkaar verbonden werden, en meteen ook maar verfranst. Want ongeacht de taal waarin het toneelstuk geschreven werd, met een paar Franse termen erbij wordt het hele culturele gebeuren een stuk cultureler, en vooral sjieker, pardon, chiquer.

[bewerken] Bijgeloof

Een buiten de toneelwereld weinig bekend verschijnsel, dat de band met religie nog nauwer aanhaalt, is het bijgeloof van toneelspelers. Zij zijn absoluut niet trots op deze door de officiële religies afgekeurde vorm van geloven, en houden deze afwijking binnenskamers. De meest voorkomende vormen van toneelbijgeloof zijn echt wel de moeite waard:

  • er mag niet gefloten worden op het podium. Weinig mensen kunnen goed fluiten, en dat vals gepiep doet onzekere acteurs hele lappen tekst vergeten.
  • er mag niet om een touwtje gevraagd worden. Omdat theaterhuizen zelden florissante ondernemingen zijn, besparen zij zoveel mogelijk op "onzichtbare kosten", met andere woorden dingen die het publiek tóch niet merkt. Zo worden decorstukken, zoals kroonluchters en schijnwerpers, vaak omhoog gehouden aan versleten touwtjes, en jaarlijks worden veelbelovende acteurs verpletterd door naar beneden komende zware objecten. Het vragen om een touwtje betekent dus zoveel als vragen om een ongeval van deze aard.
  • er mag niet tegen het doek geplast worden. In 1673 deed een acteur dat in Parijs, en het opengaande doek stelde hem tentoon voor een volle zaal. Diezelfde avond stierf de auteur van het toneelstuk (het was "Le malade imaginaire"), die tevens de leider van het toneelgezelschap was. Het zijn dus vooral auteurs en regisseurs die dit bijgeloof aanhangen.
  • er mogen geen konijnen op het podium, en ook het woord "konijn" mag niet uitgesproken worden. Die beesten reproduceren zó snel, dat ze tegen het einde van het stuk met meer zijn dan aan het begin. Vooral actrices vrezen dat zelfs het horen van dat woord hen in zwangere toestand van het podium zal laten gaan.

[bewerken] Politiek

Omwille van de sterke interactie met religie, en de bijna even sterke formele en inhoudelijke overeenkomsten met toneel, wordt door kenners ook politiek als een vorm van toneel aanzien. Tegenstanders van deze stroming werpen echter op dat waar religieuzen en acteurs dezelfde voorstelling op dezelfde plek herhalen, en alleen bij groot succes op verplaatsing spelen met dezelfde vertoning, politici zich toeleggen op het brengen van eindeloze variaties op een populair thema en deze immer lichtjes veranderende show geen twee keer in dezelfde zaal brengen. Bovendien reageren politici veel alerter op de manier waarop hun creaties door het publiek worden ontvangen, en snel zijn om ingrijpende veranderingen aan te brengen, ja zelfs over te stappen naar een ander gezelschap (dat zij "partij" noemen) wanneer dat meer publiek ("stemmen" noemen zij dat) zou kunnen opleveren. Auteurs, acteurs en religieuzen deinzen er daarentegen niet voor terug om hun stukken quasi onveranderd op te blijven voeren, desnoods voor lege zalen, en in zulk geval te klagen over onbegrip en ondankbaarheid, en uitleg te verstrekken over onbegrepen vooruitstrevendheid of onbeminde traditie, al naargelang de strekking.

[bewerken] Zie ook

Potatohead aqua.png
Aan de schandpaal genageld!
Vastgenagelde versie:
1 mei 2011
Dit artikel is een verschrikking! Daarom is het vastgenageld aan de schandpaal zodat iedereen er rotte groenten tegenaan kan gooien.


MuisTuba.JPG
Podiumkunsten, al dan niet in open lucht, boven of onder water

Ballet · Cabaret · Goochelen · Gospel · Mime · Muziek · Opera · Toneel · Voordracht · Zeep




[bewerken] Notenbalk

  1. Een nog te weinig onderzochte parallel tussen toneel en toneelspelers.
  2. Dit aan de kant zetten wordt ook wel "opheffen" genoemd, al staan de richtingingen van beide equivalenten haaks op elkaar.
  3. Buiten Vlaanderen is de term "schuifkens" totaal onbekend, en is men genoodzaakt om alle personages van één tableau constant samen in beeld te houden, wat de kwaliteit van het geheel niet ten goede komt.
  4. Deze gigantische bezetting maakt dat Bredero's meesterwerk "De zeshonderd Franchimontezen of de slapende wachter betrapt" niet binnen het bereik van eender welk gezelschap ligt, en niet in eender welk theater kan opgevoerd worden.
  5. 76,3 procent volgens het Nationaal Instituut voor Statistiek, maar die bollebozen hebben ook de stelling gelanceerd dat met 76,3 procent van de statistieken geknoeid wordt.
  6. "Parochianen" in katholieke middens, "Broeders en zusters" in protestantse kringen, "Moedjahedien in moslimmilieu's.
Gebruiker
Naamruimtes

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Projecten
Hulpmiddelen
Delen
In andere talen