Spaans

Uit Oncyclopedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Filips II, koning van Spanje die het Spaans tot officiële taal verhief.

Het Spaans is een taal die wordt gesproken in zowat heel Spanje. Het Spaans is ingevoerd door Filips II toen hij koning van Spanje was. Het Spaans wordt over het algemeen gerekend tot de makkelijke talen, wat betekent dat het makkelijk te leren is en weinig moeilijke woorden heeft.

Accenten[bewerken]

In het Spaans zijn er een aantal afwijkende regels als het gaat om accenten.

  • Iedere n wordt een ñ
  • Iedere c wordt een ç
  • Op elke tweede klinker in een klinkercombinatie komt een é
  • De " en de ` worden niet gebruikt.

Als we nu de Nederlandse zin volgens onze huidige kennis in het Spaans zouden vertalen krijgen we:

 
 
Het Spaáñs is eén taál die wordt gesprokeñ in zowat heél Spañje. Het Spaáñs is iñgevoérd doór Filips IÍ toéñ hij koñing van Spañje werd. Het Spaáñs wordt over het algemeéñ gerekeñd tot de makkelijke taleñ, wat betekeñt dat het makkelijk te lereñ is en weínig moéílijke woórdeñ heéft.
 

 

Afwijkende Spellingsregels[bewerken]

Het Spaans heeft ook nog een aantal andere afwijkende spellingsregels:

  • Iedere k wordt een c
  • Na een ñ komt een o
  • Voor een s komt een e
 
 
Het Espaáños ies eén taál die wordt gesproçeño in zowat heél Españoje. Het Espaáños ies iñgevoérd doór Filipes IÍ toéño hij çoñing van Españoje werd. Het Espaáños wordt over het algemeéño gereçeñod tot de maççelijçe taleño, wat beteçeñot dat het maççelijç te lereño ies en weínig moéílijçe woórdeño heéft.
 

 

Werkwoordsvervoeging[bewerken]

Het Spaans kent de volgende vervoeging voor zwakke werkwoorden:

Vorm Nederlands Spaans
Infinitief Wonen Woñar
Stam Woon Woñ
1ste pers. enk. Ik woon (woonde) Yo woño (woñoýé)
2de pers. enk. Jij woont (woonde) Tu woñoás (woñoáýés)
3de pers. enk. Hij woont (woont) El woñoá (woñoáýé)
1ste pers. mv. Wij wonen (woonden) Nosotros woñoámos (woñoáýámos)
2de pers. mv. Jullie wonen (woonden) Vosotros woñoáís (woñoáýs)
3de pers. enk. (beleefdheidsvorm) U woont (woonde) U woñoá (woñoáýé)
3de pers. mv. Zij wonen (wonen) Ellos woñoán (woñoáýén)
Voltooid deelwoord Gewoond Woñoádo

Het Spaans heeft maar 2 onregelmatige werkwoorden: hebben en zijn:

Vorm Nederlands Spaans
Infinitief Hebben Haber
1ste pers. enk. Ik heb (had) Yo he (habiá)
2de pers. enk. Jij hebt (had) Tu has (habiáés)
3de pers. enk. Hij heeft (had) El ha (habiáésaba)
1ste pers. mv. Wij hebben (hadden) Nosotros hemos (habiáésabamos)
2de pers. mv. Jullie hebben (hadden) Vosotros habeíés (habiáésaís)
3de pers. enk. (beleefdheidsvorm) U heeft (had) Usted ha (habiáésaba)
3de pers. mv. Zij hebben (hadden) Ellos haben (habiáésaban)
Voltooid deelwoord Gehad Habiáésabayando
Vorm Nederlands Spaans
Infinitief Zijn Eser
1ste pers. enk. Ik ben (was) Yo esoýó (esoíába)
2de pers. enk. Jij bent (was) Tu esoýáés (estaýábaés)
3de pers. enk. Hij is (was) El esyó (estaýába)
1ste pers. mv. Wij zijn (waren) Nosotros esióámoze (waresiámozen)
2de pers. mv. Jullie zijn (waren) Vosotros ensiáís (waresiáíés)
3de pers. enk. (beleefdheidsvorm) U bent (was) Usted esyó (estaýába)
3de pers. mv. Zij zijn (waren) Ellos ensiánen (warsián)
Voltooid deelwoord Geweest Esiniéndo


Als we nu dezelfde tekst zouden vertalen vanuit het Nederlands met onze huidige kennis krijgen we:

 
 
Het Espaáños esyó eén taál die worda spreçado in zowat heél Españoje. Het Espaáños esyó iñovoéádo doór Filipes IÍ toéño el çoñing van Españoje wordaýé. Het Espaáños worda over het algemeéño reçeñoádo tot de maççelijçe taleño, wat beteçeñoá dat het maççelijç te lereño esyó en weínig moéílijçe woórdeño ha.
 

 

Naamvallen[bewerken]

Door Franse invloeden kent het Spaans ook naamvallen voor het onbepaald lidwoord (uño) en het bepaald lidwoord (el)

Onbepaald lidwoord Mannelijk/Vrouwelijk Meervoud
Onderwerp uño / uñoa uñoés
Bezit uño / uñoáél uñoés
Lijdend voorwerp uño / uñoáélle uñoés
Bepaald lidwoord Mannelijk/Vrouwelijk Meervoud
Onderwerp el / ela elos
Bezit al / ala alos
Lijdend voorwerp alaño / alañoála alañoán
 
 
El Espaáños esyó uñoáélle taál die worda espreçado in zowat heél Españoje. El Espaáños esyó iñovoéádo doór Filipes IÍ toéño alaño çoñing van Españoje wordaýé. El Espaáños worda over al algemeéño reçeñoádo tot de maççelijçe taleño, wat beteçeñoá dat el maççelijç te lereño esyó en weínig moéílijçe woórdeño ha.
 

 

Veelgebruikte zinnen[bewerken]

Nederlands Spaans
Hallo! ¡Hola!
Tot ziens! ¡Adiós!
Sta me toe me aan jouw moeder voor te stellen. Permitame introducirme a tu madre.
Ik schaam me voor mijn bedrog. Estoy embarazada de una decepción.

Oncyclopedia[bewerken]

De voorpagina van de Incyclopediá

De Spaanse Oncyclopedia heet de Iñoçiclopedia.

Zie Ook:[bewerken]