Salvador Dalí

Uit Oncyclopedia
Ga naar: navigatie, zoeken
DaliZelf.JPG
Amanda Lear is van Dalí? Amai, awel, ik wist da ni!
~ Urbanus van Anus over een Dalí-creatie.

Salvador Domingo Felipe Jacinto Dalí i Domènech, marqués de Dalí de Fútbol (Brussel, 11 mei 1904 – stervende aldaar sinds 23 januari 1989) is een Spaans kunstschilder en veelzijdig kunstenaar. Hij werd geboren uit Spaanse ouders, die in Brussel een typisch Spaans restaurantje, "El Greco", uitbaatten.

Inhoud

[bewerken] Leven

Het leven van Dalí is even schilderachtig als zijn werk, en omgekeerd: een figuur die men gerust met de Engelsen "larger than life" kan noemen[1]

[bewerken] Geboorte: de fee

Al meteen bij zijn geboorte was duidelijk dat dit kind anders was dan andere pasgeborenen. Om te beginnen was er die fijne, puntige snor: een zeldzaamheid bij baby's. Die lichtjes uitpuilende ogen, die van bij het verlaten van de moederschoot duidelijk alles in de omgeving registreerden. Dat nauwelijks waarneembaar aristocratische dat elk van zijn bewegingen vergezelde. Kortom: een uitzonderlijk wezen. Bovendien kreeg hij het bezoek van een mysterieuze dame, die zich over zijn wiegje boog en daar allerlei onverstaanbaars mompelde. De ouders, die hun klassieken kenden, namen meteen aan dat dit een fee was, en waren er dan ook gerust in.

[bewerken] Jongen of meisje?

Hoewel het verplegend personeel het er unaniem over eens was dat Dalí een jongen was, bleven zijn ouders twijfelen. Vooral de vader vond de kersverse kroonjuwelen weinig overtuigend. De moeder was ook meer gewend, en er deden verhalen de ronde over hermafrodieten in de familie. Dat was wel in de XVIde eeuw, maar toch... Bovendien waren in Spanje besnorde vrouwen toen geen zeldzaamheid. Men noemde hem toch maar "Salvador", in de hoop dat zijn patroon, de Redder zelve dus, het jonge wezen in rechte banen zou leiden.

[bewerken] Vroege puberteit

Zijn toch eigenaardige gewoonte om elke woensdagmorgen naar de haven van Brussel te wandelen, en daar de huid van het water op te lichten om een hond te zien slapen in de schaduw van het Kanaal, nam pas een einde toen hij op zijn zesde verjaardag er niet in slaagde om de huid van het water op te tillen, en bovendien geen hond aantrof. Bij het ontwaken de dag daarop was hij, hoewel nog klein van stuk, geslachtsrijp, en het was duidelijk dat hij een jongen was. De meisjes in zijn omgeving ondervonden dat al gauw aan den lijve.

[bewerken] Lady Gala

Dalí's levenslange levensgezellin en muze: de mysterieuze Lady Gala.

De mysterieuze dame op rijpere leeftijd die bij Dalí's geboorte een bezwerende formule boven zijn wiegje uitsprak, werd sindsdien regelmatig in zijn buurt gezien, en in 1929 trouwde hij er uiteindelijk mee. Pas toen kwam de buitenwereld haar naam te weten: Gala. Meer niet. Omdat dat nogal kort was in een tijd en een wereld waar protocol nog geen ijdel woord was, werd dat door een aantal pientere geesten uitgebreid tot "Lady Gala", en noch de lady noch haar echtgenoot brachten daar iets tegenin. Hij presenteerde haar overal als zijn muze, en bij dergelijke gelegenheden was zij dan ook bijzonder schaars gekleed: een paar sierlijke sandalen en een stijlvolle oorbel vormden meestal haar enige kleding. Lady Gala komt op verscheidene doeken van de meester voor, en bij haar overlijden in 1982 werd zij dan ook niet begraven of gecremeerd, maar opgezet, zodat hij haar als model kon blijven gebruiken.

[bewerken] Markies

Hoewel een geboren en getogen Brusselaar, is Dalí is altijd fervent promotor van het Spaans voetbal geweest. Aangezien zijn moeder voor Real Madrid supporterde, en zijn vader een rasechte Barcelona-fan was, hield hij de kerk in het midden door de Spaanse voetbalbond aan te moedigen om een nationale ploeg op te richten. Aangezien daar zowel spelers van Real als van Barça inzaten, liep elke match uit op een interne vechtpartij, zodat ze op wereldvlak nooit in de prijzen vielen. Toch bleef Dalí deze instantie steunen, en zijn volharding werd in 2010 eindelijk met een wereldtitel beloond. Als beloning voor zijn inzet kreeg hij toen van de Spaanse koning de adellijke titel van "Marqués de Dalí de Fútbol".

[bewerken] Perpetuum moribondus

Op 23 januari 1989 had Dalí voor het eerst geen inspiratie voor een kunstwerk, en hield het voor bekeken. Hij bestelde bij Ikea een sterfbed. Toen hij erop ging liggen, schoot hem een idee te binnen, dat hij meteen weer vergat toen hij van het bed opsprong. Toen hij weer ging liggen, was het idee er weer. Hij herhaalde deze procedure tot hij er zeker van was dat het het bed[2] was dat hem inspireerde, en hij droeg zijn secretaris op om nota te nemen van zijn ideeën. De creatie in kwestie was niets anders dan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Hij is er nog altijd aan bezig, vanop dat sterfbed.

[bewerken] Werk

Het werk van Dalí wordt traditiegetrouw onderverdeeld in picturaal en niet-picturaal werk. Deze onderverdeling is volstrekt willekeurig, maar omdat wanhopige kunsthistorici het al zo moeilijk hadden om zijn werk hoegenaamd in welke categorie dan ook onder te brengen[3], werd hen deze onderverdeling van harte gegund. Zo konden zij hun publiek toch iets voorschotelen.

[bewerken] Picturaal werk

Dalí's visie op het fenomeen "tijd" is zó populair geworden, dat zelfs alle dertien mensen die nog nooit van hem gehoord hebben, het al eens gezien hebben.

Dalí staat in de eerste plaats bekend als schilder, en aan die bezigheid heeft hij inderdaad meer dan 76,3 %[4] van zijn levenstijd besteed. Geen sterveling kan een slap horloge bekijken zonder aan Dalí te denken, zelfs zonder ooit van de man gehoord te hebben. Niemand kan een jonge maagd geautosodomiseerd door de hoorns van haar eigen kuisheid zien worden zonder in een flits het woord "Dalí" te zien passeren. Wie zag nooit het vlees van iemands décolleté op topsnelheid, zonder daarbij onwillekeurig te denken: "Dát zou een mooi plaatje opleveren, maar alleen Dalí kan zoiets schilderen".

Het zal dan ook geen enkele lezer verbazen dat hier over een oeuvre waarvan de immense bekendheid evenredig is aan de uitzichtloze categorieloosheid hier niet uitgeweid wordt. Dat doet Dalí, indien daarom gevraagd, wel zelf, vanop zijn sterfbed.[5]

Een apart woordje toch over een speciale tak van zijn picturaal werk: sinds hij nog uitsluitend, vanaf 1989, inspiratie krijgt wanneer hij op zijn sterfbed ligt, beperkt hij het picturale gedeelte van zijn werk tot het signeren van lege doeken, die dan bij opbod aan kunsthandelaars verkocht worden. Het feit dat nog nooit iemand een leeg Dalí-doek te koop heeft aangeboden, gekoppeld aan het feit dat er nog steeds nieuwe Dalí-schilderijen opduiken, laat vermoeden wat deze handelaars met deze doeken doen.

[bewerken] Niet-picturaal werk

Tot zijn beroemdste niet-picturale creaties behoren zonder twijfel BHV (1963), Amanda Lear (1965), de Métro Léger de Charleroi (1974) en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest-Région de Bruxelles Capitale (1989).

[bewerken] BHV

Dalí tijdens de presentatie van zijn meesterwerk "Brussel-Halle-Vilvoorde" in 1963.

De voornaamste reden waarom de BHV-kwestie[6] niet aangepakt wordt, is geen politieke, maar een artistieke. Zelfs de minst cultuurminnende Belgische politicus heeft te veel respect voor het artistieke genie van Dalí om een werk van de meester te vernietigen, te beschadigen of zelfs nog maar te retoucheren. Zoiets wordt gewoon niet gedaan. Franstalige nationale kieslijsten crëeren in een Vlaamse provincie die een verfranste Vlaamse hoofdstad omgeeft: alleen Dalí kon zoiets creëren, en dit meesterwerk moet onderhouden, verzorgd en gesubsidieerd worden. Er wordt aan mindere kunstuitingen belastinggeld besteed, en niet ieder land heeft een Dalí op een sterfbed liggen!

[bewerken] Amanda Lear

Dalí presenteert zijn creatie aan de pers (links). Rechts vinden we de manier waarop hij zich het scheppingsmoment herinnert.

In 1965 transformeerde hij het zo goed als onbekende fotomodel Armand Léhar in een opzienbare zangeres, die een paar jaar later de discostijl zou lanceren. Amanda Lear, want zo noemde de Shakespeareminnende Dalí zijn creatie, is zijn enige werk dat erin slaagt om zichzelf naar believen te beschrijven, te catalogeren en, indien nodig, te bekritiseren, aldus critici en rioolpers steeds een stap vóór zijnde.

[bewerken] Métro Léger de Charleroi

UNIQa06a6f33117fdeb-choose-00000012-QINU Om de wereldbevolking wat op te monteren middenin een oliecrisis, besloot Dalí in 1974 om een waanzinnig metronetwerk op poten te zetten, of liever te laten zetten. Daarmee wou hij aantonen hoever de gekte van de mensen kan gaan: tot zelfs het spenderen van een gigantische hoop belastinggeld aan een passagierloos openbaar-vervoersysteem, dat alleen al voor de constructie meer fossiele brandstof zou verbruiken dan wanneer dat handjevol uiteindelijke passagiers dagelijks de auto zouden gebruikt hebben. En na enig rondvragen werd zijn voorstel aangenomen door de Waalse deelregering, die niet goed wist waarheen met het fortuin dat de nationale regering hen in de handen had gestopt ter compensatie van investeringen op Vlaams grondgebied. Charleroi, dat het best een prestigieus project kon gebruiken om zijn miserabele reputatie wat op te fleuren, werd aangeduid om Dalí's project te ontvangen. Zoals met kunstwerken wel vaker het geval is, kan men aan het hele werk goed zien dat het eigenlijk niet bedoeld is om gebruikt te worden, zoals wel het geval is met bijvoorbeeld de metro van Brussel, of die van Rotterdam, maar om naar te kijken. Toen er na ettelijke jaren te veel protest kwam tegen het project, besloot het stadsbestuur om tóch rollend materieel in te zetten op sommige stukken van het netwerk, en om zelfs af en toe kaartjes te verkopen aan heuse passagiers, een initiatief dat Dalí's idee nog beter in de verf zette.

Dit werk is gratis dag en nacht te bezoeken, maar omdat het huidige stadsbestuur intussen de grap beu is en de de terreinen (het project neemt verscheidene hectaren in beslag) omheind heeft, vergt het bezoek wel enige fysieke inspanning. Maar een echte Dalí-liefhebber heeft dat er wel voor over.

[bewerken] Brussels Hoofdstedelijk Gewest-Région de Bruxelles Capitale

Brussels Minister van Landbouw Benoît Cerexhe (links) en Brussels Minister-President Charles Piqué (rechts) onthullen Dalí's meest recente visie op de Brusselse Landbouw en het Brussels Gewest op 1 april 2010.

Dalí-kenners beschouwen zijn laatste creatie als het toppunt van zijn artistieke carrière, en als een lichtende baken in de geschiedenis van het surrealisme. Hijzelf vindt dit werk zó belangrijk, dat hij zijn levenseinde uitstelt tot het werk voltooid is. Hij begon eraan op zijn sterfbed, op 23 januari 1989, in de waan dat hij het op een paar dagen zou rondkrijgen. Die paar dagen werden weken, en die weken werden jaren: de inspiratie bleef stromen, en Dalí vindt het project nog altijd interessant genoeg om ervoor in leven te blijven.

Potatohead aqua.png
Aan de schandpaal genageld!
Vastgenagelde versie:
15 augustus
Dit artikel is een verschrikking! Daarom is het vastgenageld aan de schandpaal zodat iedereen er rotte groenten tegenaan kan gooien.


Paletje.JPG
Huis-, kunst- en kladschilders

Bosch · Bruegel · Claus · Dalí · Hitler · Jan van Eyck · Leonardo Da Vinci · Magritte · Mondriaan · Picasso · Rembrandt · Rubens · Van Gogh · Vermeer

[bewerken] Notenbalk

Bouncywikilogo.gif
Voor de uilskuikens die de afgelopen eeuwen onder een rots hebben gelegen zonder krant of Twitter, heeft Wikipedia ook een artikel over: Salvador Dalí.
  1. Dalí heeft vorig jaar ook een fikse beloning uitgeloofd voor al wie voor deze barbaarse term een passend Nederlands equivalent vindt. De prijs, een jute zak met daarin zo'n slordige twee miljoen euro aan twee-euromunten, is nog steeds niet uitgereikt, en staads nog steeds onder zijn sterfbed.
  2. Een authentieke, sindsdien uit de handel genomen Dödsbädd De naam bekte niet goed, beweerden de verkopers.
  3. Heel even werd zelfs het surrealisme gesuggereerd, maar daar wou André Breton, die deze beweging gecreëerd had maar realist genoeg was om als voorzitter in te zien dat hij té grote talenten absoluut moest weren, niet van weten. Picasso deed dan weer zijn best om Dalí uit het clubje kubisten te houden, en Hergé hield de klare lijn voor zichzelf.
  4. Dit cijfer moet met de nodige afstandelijkheid worden benaderd, aangezien het Nationaal Instituut voor Statistiek onlangs nog heeft aangetoond, met de statistieken in de aanslag, dat met 76,3 % van de statistieken geknoeid wordt. Voorzichtigheid is dus geboden.
  5. Het adres is: Esseghemstraat 135, 1090 Brussel. Driemaal kloppen, want de bel doet het niet.
  6. "Brussel-Halle-Vilvoorde", zeggen mensen die speeksel en adem te veel hebben.
Gebruiker
Naamruimtes

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Projecten
Hulpmiddelen
Delen
In andere talen