Pablo Picasso

Uit Oncyclopedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Haardlezen.JPG
WAARSCHUWING VOOR ONERVAREN LEZERS
Deze pagina is onmenselijk laaaaaaaaaaaang, en wordt dus bij voorkeur gelezen
tijdens de lange winteravonden, wat de houdbaarheid ervan beperkt tot de periode
21 december - 21 maart
Picasso is zo'n groot artiest, dat hij mij postuum zal schilderen.
~ Oscar Wilde

Pablo Diego José Francisco de Paula Juan Nepomuceno María de los Remedios Cipriano de la Santísima Trinidad Ruiz y Picasso (Málaga, 25 oktober 1881 – Mougins, 8 april 1973) was een Spaans kunstschilder, tekenaar, beeldhouwer, grafisch kunstenaar, carrosserie-ontwerper en ceramist. Hij was één van de bekendste Spaanse kunstschilders, en tevens die met de langste voornaam.

Picasig.GIF

Inhoud

[bewerken] Spanje (1)

Net als elke andere beroemdheid die titel waardig, had Pablo Picasso tussen zijn geboorte en zijn overlijden een leven. Daarin hield hij zich voornamelijk bezig met vrouwen versieren, schilderen en vrouwen versieren. Omdat zijn werk onlosmakelijk verbonden is met zijn leven, en vice versa, worden de twee niet apart behandeld.

[bewerken] Jongste jaren: een zorgwekkende oogafwijking

"Kermis in Málaga", een treffend voorbeeld van hoe de jonge (8 jaar) Picasso zijn oogafwijking wist te verbergen, en zelfs behoorlijk realistische schilderijen kon produceren.

In de kleuterschool werd tijdens een les plastische opvoeding, een opleiding die in Spanje al zéér vroeg begint, bij de kleine Pablo een belangrijke oogafwijking vastgesteld: tijdens het tekenen ging telkens één van zijn ogen het gezelschap van het andere oog opzoeken, zodat beide ogen zich aan eenzelfde kant van zijn neus bevonden. Dat had als resultaat dat zijn weergave van het menselijk gezicht daar sterk onder leed: hij tekende uitsluitend gezichten waarvan de ogen samen aan één zijde van de neus stonden. Omdat zijn ouders de centen niet hadden om een specialist hiernaar te laten uitkijken, besloot Pablo om niet te tekenen wat hij zag, maar wat hij wist of vermoedde dat de anderen zagen. Zo haalde hij toch nog zeer behoorlijk punten, en uit zijn gehele gehele vroege oeuvre is zijn oogafwijking hoegenaamd niet af te leiden. In 1893 begon hij te puberen, en ontmoette hij zijn eerste liefde. Of omgekeerd. In ieder geval begint dan een lange en gevarieerde toch langs een eindeloze rij schilderstijlen, en evenveel vrouwen. Of omgekeerd, want veel kunsthistorici zijn het erover eens dat elke nieuwe liefde Picasso naar een nieuwe kunststroming liet uitkijken.

[bewerken] 1893: Elodie Van Ginderachter - Symbolisme

In 1893 werd Elodie Van Ginderachter, inspiratiebron voor het legendarische liedje "Malagueña Salerosa", fotomodel en ster van de nog jonge pornofilm, verkozen tot wijnprinses, en in deze hoedanigheid leerde Picasso haar, en zij Picasso de geneugten van het volwassenzijn kennen. In één moeite door wees ze hem erop dat Spanje nog van een vertegenwoordiger van het Symbolisme verstoken was, een taak die de piepjonge Picasso graag ter harte nam, al was het maar om bij zijn eerste liefde te kunnen vertoeven. Tijdens hun drie jaar durende relatie, die omwille van Picasso's minderjarigheid niet op een huwelijk uitliep, schonk zij hem drie kinderen. Of hij haar... Of zij beweerde in ieder geval later, toen hij beroemd was, dat ze van hém waren. Hoewel Picasso's Symbolisme op wereldvlak niet nieuw was, werd het in zijn geboorteland voor nieuw aanzien, zodat hij voor het eerst, en lang niet voor het laatst, de titel van "pionier" kreeg opgespeld, en nagevolgd werd door een horde op erkenning, glorie en poen beluste kunstenaars. Maar een interessantere vrouw stuurde Picasso's leven en werk een andere kant uit.

[bewerken] België (1)

Picasso's liefdesleven bracht hem niet alleen verschillende stijlen bij, maar liet hem tevens een aardig stukje van de planeet zien. België zou zijn eerste niet-Spaanse artistieke en amoureuze voedingsbodem worden.

[bewerken] 1896: Amélie Van Beneden - Jugendstil

Een Brusselse toeriste op weg naar Torremolinos[1], met de welluidende naam "Amélie Van Beneden", lonkte de jongeman in 1896 zó verleidelijk toe, dat hij zijn hebben en houden in een rode zakdoek met witte stippen knoopte, en de dame naar België volgde, waar hij zó onder de indruk was van de architecturale en picturale anarchie, dat hij meteen de "Jugendstil" creëerde. Het totaal ontbreken van schilderijen uit deze periode, wordt door de afstammelingen van Amélie (afstammelingen die volgens haar ook die van Pablo waren) verklaard door het bekokstoven van een complot door het Gilde der Architecten, die de term "Jugendstil" voor zich opeisten, omdat "Art Nouveau" volgens hen uitsluitend naar Franstalige creaties verwees. Toen Amélie meer tijd begon te besteden aan haar hoedenverzameling[2] dan aan Picasso en zijn kunst, zocht hij andere oorden en vrouwen op.

[bewerken] 1900: Anna Karenina - Sociaal-Realisme

"Circusvolk" (1900) is het alleerste schilderij waarop Picasso weergaf wat hij eigenlijk echt zelf zag.

Het was de flamboyante Anna Karenina, worstelaarster en degenslikster van beroep, die Picasso ertoe bracht om te breken met

  1. academische wetten en eindelijk te schilderen wat hij zag;
  2. de oude eeuw en met brio de nieuwe eeuw welkom te heten;
  3. zijn levenspartner en voortaan met háár door het leven te gaan.

Zelfs Picasso zei niet ongestraft "Nee!" tegen een worstelaarster annex degenslikster: hij kon zelfs pas van haar af raken toen zij haar laatste degen iets te slordig doorslikte. Deze hernieuwde kennismaking[3] met de armoedige wereld van foorkramers en kermisgasten, bracht hem ertoe om niet alleen de miserie van de wereld te schilderen, maar deze door zijn speciale visie extra scherp in beeld te brengen.

[bewerken] 1904: Fernande Olivier - Abstracte kunst

"John D. Rockefeller en zijn vrouw", Picasso's beroemde diptiek dat nog steeds in het Rockefeller Center te zien is.

Tijdens Anna's begrafenis leerde de immer op de uitkijk levende Picasso een interessante jongedame kennen, wiens uiterlijk alleen al, nog vóór de verdere kennismaking, hem inspireerde tot het uitproberen van een nieuwe stijl. Ze heette Fernande Olivier, en vanuit wélk oogpunt hij haar ook bekeek, zag hij zelden meer dan een paar lijntjes en vlakken, die tóch telkens weer een exquise vrouwelijkheid uitstraalden. "Dat ga ik óók proberen!", riep hij luidkeels[4], vroeg de jonge vrouw ten huwelijk, verwekte diezelfde avond bij haar een tweeling, en begon te schilderen. Al tijdens zijn eerste expositie ontwikkelde zich het hem stilaan bekende scenario, dat hij nog bijzonder vaak zou gadeslaan: eerst werd er op zijn werk een denigrerende naam geplakt, in dit geval "Abstracte Kunst"[5], dan bleek de nieuwe stijl kopers te vinden, en binnen de maand waren er een hoop abstracte schilders actief. De relatie met Fernande verloor haar glans toen hij zich niet langer kon neerleggen bij het feit dat hij zowat alles abstract én overtuigend kon weergeven, behalve het gezicht van zijn vrouw, terwijl dit gezicht die eigenschap al van nature had! Niemand slaagde er trouwens in om haar te portretteren,zelfs geen fotografen, er is dan ook geen enkel portret van deze dame bewaard gebleven[6].

[bewerken] 1905: Fabiola Helms - Expressionisme

Picasso's "Coiffure #6 (Fabiola in de kappersstoel)". Omdat het schilderij niet gesigneerd is, heeft niemand, Picasso incluis, ooit geweten wat boven-, onder-, linker- of rechterkant is. Daarom wordt het dagelijks een kwartslag gedraaid.

De verloren glans van Picasso's relatie met Fernande Olivier werd snel vakkundig vervangen door de behendig gehanteerde haarlak van Fabiola Helms, de kapster van Fernande. De expressie die zij legde in haar gegoochel met haarlak en dameskapsels, het hare voorop, deed de artiest inzien dat de abstracte kunst, wat hem betrof, afgedaan had. Vanaf nu zou hij zich met expressionisme bezighouden, en eender wat schilderen, als er maar expressie in zat. Hij kon alvast beginnen met Fabiola en haar klanten te schilderen, wat resulteerde in de reeks "Coiffure" (36 doeken, waarvan er drie als verloren worden beschouwd). Na een jaartje begon zijn luchtwegennet zodanig te lijden onder de schadelijke gassen die uit de haarlakbussen kwamen, dat hij Fabiola de bons gaf, ook al was zij op dat ogenblik hoogzwanger, en de boot naar Engeland nam.

[bewerken] Engeland

De Engelsen reden aan de verkeerde kant van de weg, en dat doen ze nu nóg. Picasso had daar geen last van, omdat hij zich niet interesseerde voor automobiliteit, en zich vaak bediende van het openbaar vervoer, de taxi, de riksja en zijn eigen voeten.

[bewerken] 1906: Florence Nightingale - Kubisme

Het "Portret van Florence Nightingale" wordt nog steeds beschouwd als het summum van Picasso's kubistische werk, en van het kubisme in het algemeen.

Toen Picasso in 1906 in het Londense West End op Berkeley Square wondermooi hoorde zingen, wist hij aan wie hij zijn immer genereus liefdegevoel weer eens kwijt kon. De zangeres in kwestie heette Nightingale, Florence Nightingale, en haar uiterlijk stemde niet bepaald overeen met haar wondermooie stem, waarvan men zei dat ze er lammen mee aan het lopen, en doven mee aan het horen kon krijgen. Ze was zodanig hoekig gebouwd, dat ze Picasso inspireerde tot wat zijn concurrenten smalend "Kubisme" gingen noemen. Haar invloed op Picasso's werk mag niet onderschat worden: tijdens zijn hele verdere loopbaan bleven steeds kubistische trekjes terugkomen. De invloed op zijn nageslacht was ook niet gering: uit deze relatie kwam een kroost voort van niet minder dan zes spruiten, en van een bijzonder hoekige soort.

[bewerken] Italië (1)

Spanjaarden zijn gastronomisch van nature verwend, en hebben het nooit goed kunnen vinden met de Engelse keuken. Dit hebben ze overigens gemeen met zowat iedereen die graag lekker eet. Drie jaar in deze gastronomische hel was dus een hele beproeving voor Picasso, die uiteindelijk een artistiek excuus vond om daar op een beleefde manier weg te komen.

[bewerken] 1909: Mata Hari - Futurisme

Aangezien een eeuwenoude traditie wilde dat een kunstenaar die het serieus meende, minstens één keer op pelgrimstocht naar Italië moest geweest zijn, toog Pablo in 1909 naar dit zonnige land, waar een zigeunerin de toekomst in zijn hand las. In plaats van te luisteren keek hij de hele tijd naar haar, vroeg haar ten huwelijk, en stuurde een afscheidstelegram naar wat vanaf dan zijn ex-vrouw was. Zijn nieuwste aanwinst luisterde (soms) naar de even zoetgevooisde als exotische naam "Mata Hari"[7], en haar reputatie als waarzegster leidde ertoe dat Picasso's werk uit die periode in Italië de naam "Futurisme" kreeg. Om deze nieuwe naam wat substantie te geven, veranderde hij ook daadwerkelijk zijn stijl, tot groot genoegen van zijn kersverse vrouw. In 1912 verliet ze hem echter, om een carrière als spionne aan te vatten. Die beslissing was duidelijk niet helder gezien, want indien ze geweten had dat ze een paar jaar later omwille van die activiteiten zou gefusilleerd worden, dan was ze nooit bij Picasso weggegaan.

[bewerken] 1912: Marcelle Humbert - Blauwe periode

Het laatste portret dat Picasso maakte van zijn blauwe weldoenster, en waarin hij zichzelf afbeeldde als een weerloze speelpop.

Mata Hari had haar hielen nog niet gekeerd, of Picasso maakte kennis met Marcelle Humbert, een rijke weduwe van vijfentachtig, die hem financieel wou steunen op voorwaarde dat hij in zijn schilderijen haar favoriete kleur zou laten overheersen. Picasso, die toch af en toe eens zónder geldzorgen door het leven wou gaan, stemde toe, en bleef dit doen tot hij het gezelschap van de immer in het blauw geklede matrone beu, en met geen stokken meer in het uitsluitend met blauwe tinten aangekleed interieur te krijgen was[8]. Hij zei zelfs tegen een journalist dat al dat blauw het kleurscheidend vermogen van zijn ogen begon aan te tasten.

[bewerken] 1915: Mary Bloody - Dadaïsme

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden voor het eerst beroemde artiesten naar het front gestuurd, niet om daar te sneuvelen, maar om de soldaten te vermaken. Dit initiatief beperkte zich niet tot muzikanten en acteurs: ook beeldhouwers, dichters en schilders werden gevorderd. Zo ook Picasso. In dit entertainmentcircuit leerde hij de stripteaseuse en barmeid Mary Bloody kennen, die in de loopgraven bekend werd door een explosieve cocktail van benzine en tomatensap. Het drankje moest worden opgedronken vooraleer de bijhorende brandende lont het vocht bereikt had, en de kunst bestond erin om de vlam zo dicht mogelijk bij de drank te laten komen. Het drankje werd naar Mary genoemd[9], maar dat was niet wat Picasso in haar zo boeide. Het was haar bizarre gewoonte om de waanzin van de oorlog trefzeker samen te vatten met de om de haverklap geslaakte kreet "Dada!. Picasso vond het niet meer dan normaal om zelf óók zijn bijdrage te leveren, en begon zodanig eender wat te doen, dat de werken uit deze Dada-periode elke kunsthistoricus grijze haren bezorgen, omdat alle stijlverband totaal zoek is. Het is niet ongewoon om een kunstkenner, aan wie gevraagd wordt om een oordeel te vellen over een aan de "Dada-Picasso" toegeschreven werk, de hielen te zien lichten met een wanhopig geslaakt "Dada!". Toen op een verdwaalde Duitse kogel haar naam bleek te staan, besloot de artiest eens te gaan kijken hoe de situatie in Rusland was.

[bewerken] Rusland

De situatie was daar zorgelijk, en de populariteit van de tsaar bedenkelijk. Er hing spanning in de lucht en er lagen opruiende pamfletten op de grond. De weerman voorspelde regen, en het regende inderdaad spoedig projectielen. Picasso vond het allemaal best spannend én inspirerend.

[bewerken] 1917: Olga Khokhlova - Neo-Plasticisme

In 1917 maakte Picasso in Moskou kennis met de Oktoberrevolutie en met Olga Khokhlova, een verkoopstertje in een zaak van teken-, schilder- en boetseergerief. Hij was in die winkel gaan schuilen voor één der vele kogelregens die de stad toen teisterden, en liet zich, om de tijd tijdens de bui te doden, alles uitleggen over een merkwaardig boetseermateriaal dat immer kon bijgewerkt worden omdat het niet aan de lucht droogde. Toen de bui over was, nam Picasso het verkoopstertje, samen met een flinke voorraad van dat merkwaardige plasticine, mee naar zijn hotel, waar hij haar aan de lopende band kunstwerkjes liet maken in dat bijzondere materiaal. De schilderijen die hij van haar composities maakte, werden naar het materiaal en in de revolutionaire geest van het moment, door zijn bewonderaars "Neo-Plasticisme" genoemd. De verkoop van plasticine steeg wereldwijd spectaculair, en de navolging van de stijl hield gelijke tred met deze commerciële ontwikkeling. Picasso kreeg aandelen in de plasticine-industrie aangeboden, een gebaar dat in hem de zakenman wakker maakte, en hem zijn nieuwe kunststroming én Olga liet vaarwel zeggen.

[bewerken] 1918: Euthanasia Mortelmans - Nieuwe Zakelijkheid

Picasso's dollarbiljet met het portret van Euthanasia Mortelmans.

Tijdens een receptie aangeboden door een grote industrieel uit de plasticinebranche, ontmoette Picasso Euthanasia Mortelmans, enige dochter van 's werelds grootse morfinefabrikant. Haar fascinatie voor geld in het algemeen, en dollarbiljetten in het bijzonder, intrigeerde Picasso, en spoedig waren zij onafscheidelijk. Zij overhaalde hem tot het vereeuwigen van door haar verzamelde dollars, waarbij zij hem opdroeg de persoon van wie ze het biljet in kwestie had ontvangen in de afbeelding op te nemen. Toen hij voor het eerst een dollarbiljet van haar kreeg dat heel gewoon voor zijn eigen gebruik bestemd was, zette hij zijn geliefde centraal in het schilderij dat hij ervan maakte. De schilderijen werden alle gekocht door de personen aan wie ze gewijd waren, wat Picasso's vijanden liet opmerken dat hij meer zakenman dan kunstenaar geworden was. Daarop repliceerde de schilder dat "na een wereldoorlog[10] er behoefte was aan vernieuwing, en ook aan een nieuwe manier om zakendoen met kunst te verenigen.". Deze uitspraak leverde meteen de naam voor zijn nieuwe stijl op: de term "Nieuwe Zakelijkheid" zag het licht, en dra wierpen zich overal ter wereld schilders op het weergeven van gepersonaliseerde bankbiljetten.

[bewerken] Duitsland (1)

Na de wapenstilstand vond Picasso het maar beter om het woelige ex-Rusland de rug toe te keren, en hij sloot zich aan bij een karavaan naar het Westen vluchtende edellieden. In Duitsland hield hij halt.

[bewerken] 1919: Zénobie Gramme - Bauhaus

"Bobbie", zo heet dit kenmerkende hondenportret uit Picasso's Bauhaus-periode.

Na de troebelen van de Eerste Wereldoorlog hielp Picasso de door het Verdrag van Versailles gekelderde Duitse economie een handje, door zijn eerste eigen huis te laten bouwen. Hiertoe werd hij bewogen door zijn nieuwste verovering, Zénobie Gramme, de naar Duitsland uitgeweken achterkleindochter van de Waalse ingenieur-uitvinder Zénobe Gramme. Zij hield zich bezig met de elektriciteit en loodgieterij, en Picasso tekende het algemeen plan. Deze manier van tekenen fascineerde hem zodanig, dat hij besloot al zijn toekomstige werken in die stijl te maken. Het duurde een tijdje eer hij navolging kreeg, omdat de meeste kunstliefhebbers er maar niet in slaagden om een onderscheid te maken tussen zijn artistieke creaties en doodgewone architectenplannen, maar toen een wanhopig criticus er de naam "Bauhaus" aan gaf, was de wagen aan het rollen. Vertalingen naar het Nederlands ("Bouwhuis") en het Frans ("Construitmaison") sloegen niet aan, wereldwijd hield men het op de originele Duitse benaming. Maar ook déze stijl ging Picasso vervelen, net als zijn levensgezellin.

[bewerken] 1922: Morgana Fata - Op-Art

De aanwezigheid van dit schilderij op een muur langs een drukke verkeersader leidde tot zóveel onnodig uitrukken van de brandweer, vergezeld van de nodige verkeersopstoppingen, dat het uiteindelijk moest verwijderd worden.

Op 1 april 1922 kon Picasso niet langer weerstaan aan de drang om eens iets vrolijks, iets leuks, iets opgewekts te doen. Des morgens vroeg, om vijf uur zestien, zette hij zijn té saai geworden vrouw op straat, nodigde in haar plaats de één dag eerder ontmoete Morgana Fata, illusioniste van beroep[11], uit in zijn woning, verwekte bij haar om vijf uur zesendertig een kind, en startte een reeks schilderijen die alle één groot doel hadden: de mensheid beetnemen, foppen, ja zelfs mildweg oplichten. Gezichtsbedrog, optische illusie, dáár was het Pablo nu om te doen. De kunst van het trompe-l'oeil was sinds het einde van de XVIIIde eeuw in verval geraakt, en de wereld zat gewoon te wachten op wat picturaal optimisme. Zijn creaties vonden gretig aftrek, en zijn agenda stond eivol met aanvragen voor Op-Art, en niet alleen op doek: deuren, muren, gevels... toen hij zich té dicht bij de doorsnee gevelschilder begon te voelen, hield hij de intussen door anderen met succes nagevolgde stijl en de bijhorende partner voor bekeken, en keek uit naar een andere uitlaatklep voor zijn bij wijlen ongebreidelde scheppingskracht.

[bewerken] Frankrijk (1)

[bewerken] 1924: Bianca Castafiore - Surrealisme

Het kleurige standbeeld dat Picasso voor Bianca Castafiore maakte, sierde de inkomhal van de Opéra de Paris tot haar centen op waren. Het stond decennialang te verkommeren in een kelder van het gebouw, tot de Fondation Hergé het in 2009 aankocht voor het splinternieuwe Musée Hergé.

Picasso's ontmoeting met de jonge, ambitieuze maar totaal talentloze pseudo-zangeres van Italiaanse afkomst Bianca Castafiore, wakkerde in hem een nieuwe scheppingsdrift aan, die zodanig ver van de realiteit stond, dat ze er volgens velen ver boven stond, en die men daarom Surrealisme noemde. Dit evenement werd uitgelokt door de exuberante persoonlijkheid van de dame, die bij wat zij "zingen" noemde ongeveer alles fout deed dat maar kon fout gedaan worden. Toen de artiest haar ontmoette had ze net de Opéra de Paris afgehuurd voor een recital, waarbij alleen de echte fans toegelaten werden. Haar prestaties waren zó ongelooflijk, dat haar recitals ook telkens uitverkocht waren. Dit alles overstijgende gebrek aan realiteitszin inspireerde Picasso tot een vurige relatie, een een aantal opmerkelijke schilder- en beeldhouwwerken die later mensen als Breton, Duchamp en Dalí zouden op surrealistische weg zetten. Toen Picasso weer met zijn voeten op de aarde landde, gaf hij haar de bons[12], en ging weer op zoek.

[bewerken] 1925: Berta Lampo - Magisch-Realisme

Op 1 januari 1925, kort vóór het middaguur, stond Picasso op het punt om onder de Parijse Arc de Triomphe door te lopen, en werd hij tegengehouden door een oude man, schijnbaar een bedelaar, of een "clochard", zoals men die daar pleegt te noemen. Deze maande hem aan om op dat tijdstip niet onder de boog door te lopen, althans niet in de richting die Picasso dacht te nemen. De schilder lapte de verwittiging aan zijn laars, en stapte pal op het middaguur onder de triomfboog door. Aan de andere kant ontmoette hij de nieuwe vrouw van zijn leven, en zij heette Berta Lampo. Toen begon wellicht de vreemdste periode van zijn toch al niet zo gewone of alledaagse leven. Elke dag werd gekruid door eigenaardige toevalligheden en schijnbaar onmogelijke gebeurtenissen. Geen wereldschokkende dingen, maar kleinigheden die een mens doen twijfelen aan de realiteit. Zijn schilderijen kregen een nooit geëvenaarde dromerige kwaliteit, die kunstkenners ertoe aanzet om ze aan andere schilders toe te schrijven, ware het niet omwille van de handtekening. Pas toen hij op 1 januari 1927 pal op het middaguur, panisch op de loop voor zijn duidelijk heksende vrouw, de boog in de tegenovergestelde richting onderdoor liep, hielden deze gebeurtenissen op, en kon hij zich weer min of meer normaal aan het werk begeven. Hij bleef immer afkerig van de term "Magisch-Realisme", die zijn verwonderde omgeving op het werk uit die tijd geplakt had. Wanneer iemand hem durfde vragen waaróm, dan antwoordde hij steevast: "Het streepje. Het streepje tussen 'Magisch' en 'Realisme'. Het streepje. Het hóórt daar niet."

[bewerken] 1927: Marie-Thérèse Walter - Roze periode

Picasso's leven nam een drastische wending toen hij, weer aan deze kant van de Arc de Triomphe, een geheel in het roze dame ontmoette, die zich voorstelde als Marie-Thérèse Walter, uit te spreken als "Oewalteir". Zij liet hem inzien hoe schreeuwerig zijn kleurenpalet al die tijd geweest was, en hoe subtiel een schilder kon werken wanneer hij zich beperkte tot varianten op en tinten van éénzelfde kleur. Wat die kleur betrof had hij geen keuze, danig onder de indruk als hij was van het personage, dat hem zelfs zijn blauwe periode liet vergeten! Hij had al zijn wilskracht nodig om af en toe zijsprongetjes naar rood en oranje te kunnen maken zonder een té grote huishoudelijke scène te veroorzaken, en héél af en toe kon hij, wanneer Marie-Thérèse even niet keek, zelfs geel gebruiken. Zijn immer afgunstige medeschilders lieten zich niet onbetuigd, en plaagden hem onophoudelijk met zijn roze periode. Vruchteloos hield hij hen zijn machismo en rokkenjagerspalmares voor ogen, en uiteindelijk moest hij kiezen tussen zijn vrouw en zijn reputatie. Hij koos voor zijn reputatie, en raakte de komende decennia nog nauwelijks een tube of pot met roze verf aan.

[bewerken] België (2)

België oefende een onverklaarbare aantrekkingskracht uit op Picasso, en zijn niet zo positieve ervaringen in Frankrijk joegen hem weer naar het Noorden.

[bewerken] 1928: Névralgie Daerden - Nervia

"Maagden aan de Maas" is wellicht Picasso's bekendste werk uit zijn Nervia-periode.

Een weekendje in de Belgische Ardennen leverde hem weer nieuwe liefdesperikelen op, en deze manifesteerden zich in de persoon van Névralgie Daerden, de Waalse boerin bij wie hij gratis mocht logeren. Bij het avondeten raakten zij in een boeiend gesprek gewikkeld, waarbij de boerin zich opwond over het feit dat er geen Waalse tegenhanger bestond voor het Vlaamse expressionisme van de Latemse School. Haar nerveus gedebatteer wond Picasso zodanig op, dat hij haar meteen ten huwelijk vroeg, ter plaatse de eerste van een reeks kinderen verwekte, zijn verblijf onbeperkt verlengde, en begon te schilderen in een nieuwe stijl, die hij, zijn nerveuze Nerviër van een vrouw ter ere, "Nervia" noemde. De Waalse schildergemeenschap volgde meteen deze messias, en ze hadden hun expressionisme. Omdat de doorsnee Waal lang niet zo nerveus was als Picasso's vrouw, kostte het hen een volle vijf jaar om met zijn nieuwe trend mee te zijn, en toen hield hij het daar voor bekeken. Zijn boerin hield hij ook voor bekeken. De vier kinderen mocht ze houden, de recentste, onverkochte schilderijen niet. Die deed hij cadeau aan het Stedelijk Museum van Saint-Hubert, omdat ze allemaal jachttaferelen behelsden.

[bewerken] 1933: Mayou Iserentant - Animisme

De eerste animistische poging van Picasso was er een in gemengde techniek, maar toch meteen herkenbaar.

Steeds op zoek naar iets hogers, raakte Picasso in 1933 verstrikt in de netten van Mayou Iserentant, een schilderes die probeerde om een oude religieuze stroming, die nog door bepaalde Afrikaanse stammen werd beoefend, om te zetten in een kunststroming. Zij slaagde er maar niet in om de sfeer van die religie in verf om te zetten, en de dertigjarige vrouw was maar al te blij toen ze Picasso kon te pakken krijgen. De samenwerking leverde haar ook een paar nakomelingen op, die ze meteen in de geest van de artistiek-religieuze stroming begon op te voeden. Picasso voelde zich verwaarloosd, en ging er vandoor. De kunststroming kende een kort succes in Vlaanderen, om daarna roemloos ten onder te gaan. Volgens de laatste berichten in de Osservatore Romano is de religie in Afrika nog steeds populair.

[bewerken] Spanje (2)

Vlaanderen en Spanje hebben zo'n dikke twee eeuwen geschiedenis gemeenschappelijk, en een terugkeer naar zijn vaderland vanuit Vlaanderen hing in de lucht als één van die frisse regenbuien waarvoor dit vlakke land zo bekend is.

[bewerken] 1936: Dora Maar - Action Painting & Dripping

Het schilderij dat Spanje in de Burgeroorlog stortte.

De Vlaamse ontdekkingsreizigster Dora Maar (door Engelse kunstkenners wel eens spottend "Dora the Explorah", en door hun Nederlandse en Vlaamse collega's even spottend "Geen gemaar, doe't nu maar, Dora Maar!" genoemd) zag Picasso, vond hem geweldig, strikte hem in haar vlindernetje, en nam hem weer mee naar zijn vaderland, het enige land waar zij nog nooit geweest was. Een artistiek getinte Spanjaard als gids hebben leek haar een zeer goed idee, en tegen haar overtuigingskracht kon niemand op, ook Picasso niet. Toen de schilder dan in 1936 in opdracht van het plaatselijke gemeentebestuur het lieflijke dorpje Gernika (Spaans Baskenland) evoqueerde in een groot schilderij, was het resultaat zo ophefmakend, dat op korte tijd heel Spanje in twee kampen verdeeld was: de conservatieven enerzijds, die het schilderij afschuwelijk vonden, een belediging van het Spaanse volk waarvoor de schilder op z'n minst moest gefusilleerd worden, en de progressieven anderzijds, die vonden dat Spanje niet alleen sociaal-economisch, maar ook artistiek vooruit moest. Het krakeel ontspoorde, en mondde uit in de Spaanse burgeroorlog. Dora werd tweemaal gefusilleerd: eerst door de Nationalisten, en dan nog eens door de Republikeinen, al zijn er bronnen die de volgorde omkeren.

[bewerken] Duitsland (2)

Spoedig zou Picasso aan den lijve ondervinden dat er in Duitsland grotere veranderingen hadden plaatsgevonden, en dat hij daar als artiest goed op zijn tellen moest passen. Als minnaar trouwens óók.

[bewerken] 1937: Eva Braun - Ontaarde Kunst & Naïeve Kunst

Met de vinger gewezen door de gehele Spaanse bevolking, trok de artiest noordwaarts, en in Duitsland ontmoette hij Eva Braun, een mysterieuze vrouw waarvan gezegd werd dat zij een relatie had met Hitler, maar die relatie niet bevredigend vond omdat de man andere zaken aan zijn hoofd had, aldus zijn minnares in de armen van Picasso drijvend. Want de schilder wist er wél weg mee. Eva was één der zeldzame vrouwen die géén aantoonbare invloed op Picasso's stijl had, maar toen Hitler achter de verhouding kwam liet hij de doeken op een zwarte lijst zetten, met nog een hoop andere om niet te laten opvallen dat het om een daad van jaloezie ging, en noemde het geheel "Ontaarde Kunst", zodat Picasso's werk uit die periode niet alleen een eigen stijlperiode kreeg aangemeten, maar ogenschijnlijk nog navolgers had óók. Eva probeerde nog één en ander te redden door de term "Naïeve Kunst" te lanceren, omdat de schilder de doeken speciaal voor haar geschilderd had, en zogezegd niets wist van haar verhouding met des lands grote baas, maar het mocht niet baten. Beide termen bleven, tot grote ergernis van kunsthistorici, maar Picasso bleef niet: hij voelde de hete adem van de Gestapo, de SS en andere onsympathieke departementen van openbaar nut in zijn nek, en ging op de loop, naar Frankrijk.

[bewerken] Frankrijk (2)

Ondanks de nare herinneringen aan dit land, leek het hem de meest voor de hand liggende bestemming voor wie de grond in Duitsland te heet onder de voeten voelde worden.

[bewerken] 1940: Edith Melba Artois - Pre-Postmodernisme

"Madame Edith glimlacht", een minder bekend schilderij van Picasso, uit een door niemand nagevolgde stijlperiode, zijn "Pre-Postmodernisme" uit W.O.II.

Toen in 1940 Eva Braun definitief voor Picasso's Duitse rivaal koos, en zelfs trouwplannen had, zocht hij troost bij de (getrouwde) eigenares van een Frans cafeetje, Edith Melba Artois. Deze allesbehalve klassieke schoonheid zocht ook bij hem troost, omdat ze in een onzekere weduwestaat verkeerde. Haar man zou immers gefusilleerd zijn door de Duitse bezetter, die echter nooit zijn lichaam wou vrijgeven. In haar café werd ze bijgestaan door een man die bijzonder goed op haar echtgenoot leek, wat de zaken er al niet eenvoudiger op maakte. De relatie bleef gedurende de gehele Tweede Wereldoorlog geheim, en kort na het uitbreken van de vrede was hij op haar uitgekeken. De paar dorpelingen die op de hoogte waren van de relatie vonden dat hij het bijzonder lang had uitgehouden. Vermoedelijk was hij al die tijd meer met zijn -overigens door haar merkwaardige uiterlijk geïnspireerde- nieuwe schilderstijl in de weer dan met zijn liefdesleven. Getuige ook daarvan de van weinig verbeelding getuigende benaming voor zijn stijl: "Pre-Postmodernisme". Geen wonder dat deze stijl, als enige van Picasso's ondernemingen, nooit navolging kreeg.

[bewerken] 1946: Marianne Nonyme - Nieuwe Figuratie

De geschilderde figuranten van Shakespeare's "Othello".

In 1946 werd een Picassostijl niet gelanceerd onder invloed van een begerenswaardige vrouw, maar uit wraak tegenover een afwijzende vrouw. Voor het eerst werd Picasso afgewezen, en bleef hij een tijdlang vrijgezel. De vrouw die hem wandelen stuurde omdat ze hem een "vieze ouwe vent" vond, had de allures van een steractrice, maar kwam moeizaam aan de kost als figurante bij toneel en in film. Volgens de artiest heette ze "Marianne Nonyme", maar die bewering kan ook wel deel uitgemaakt hebben van zijn wraakactie. Deze bestond er vooral in om theaterdirecteurs ervan te overtuigen om figuranten goedkoper en betrouwbaarder te maken door ze gewoon in het decor te schilderen, en zo zelfs nog extra schilderkunstminnende theaterbezoekers aan te trekken. Het voorstel werd gretig aanvaard (vlak na de oorlog waren de budgetten zeer klein), en de "Nieuwe Figuratie", zoals de opgetogen directeurs de nieuwigheid noemden, had zoveel succes, dat Picasso niet rouwig was om de opbloeiende navolging. De afmetingen van een theaterdecor gingen zelfs die van het inmiddels beroemd geworden Guernika-schilderij te boven, en de 65-jarige had moeite om zijn opdrachten op tijd afgewerkt te krijgen. Toch weigerde hij pas een opdracht, toen hij een vrouw tegenkwam die hem Marianne kon laten vergeten.

[bewerken] 1947: Gorgona Slanghen - Colorfield Painting

"Winters aardappelveld in Siberië", Picasso's eerste werkstuk dat tot de stroming "Colorfield Painting" wordt gerekend.

Die nieuwe vrouw kwam in zijn leven naar aanleiding van een mislukte oogoperatie, opgedrongen door een jaloerse Salvador Dalí, die Picasso tijdelijk het zicht benam[13]. De nieuwe vlam had de gedaante van Gorgona Slanghen, de foeilelijke verpleegster die hem bij zijn handicap bijstond. Om toch iets te kunnen schilderen, liet de schilder zich bij aanvang van een nieuw doek door Gorgona een willekeurige pot verf aanreiken, en smeerde die zo egaal mogelijk uit op het doek. Wanneer een pot bij opening dezelfde geur afgaf als een eerder gebruikte, dan vroeg (en kreeg) hij een andere. Zo bleef hij zijn broodwinning houden, tot hij het zicht terugkreeg, zich het apezuur schrok toen hij zijn geliefde zag, haar buitenwipte, Dalí "zijn gedacht eens ging zeggen", en eens wat anders ging doen. De gebruikelijke zwerm op roem en rijkdom beluste naäpers bleven nog een tijdje verderkliederen in wat intussen de naam "Colorfield Painting" had gekregen, een misleidende naam die sommige kunstliefhebbers laat uitkijken naar schilderijen van kleurige lavendel-, klaproos- en koolzaadvelden, hoewel sommige schilderijen wel degelijk die richting schijnen aan te geven, zoals het beroemde "Winters aardappelveld in Siberië", Picasso's eerste werkstuk uit deze periode. Pittig detail: de drie dochters[14] die Gorgona toen op de wereld zette, vonden allen werk in de landbouw als vogelverschriksters, een primeur in een vak dat tot dan uitsluitend door mannen werd beoefend.

[bewerken] 1948: Golda Meïr - Cobra

De ophefmakende omslagillustratie die Picasso in 1948 maakte voor de dichtbundel "Registreren" van Hugo Claus. Aangezien er van deze bundel nog zo'n 4980 exemplaren beschikbaar zijn (op een totale oplage van 5000), kan de echte Picassoliefhebber zich dit werkje nog gemakkelijk aanschaffen, en voor echt géén geld.

In Parijs leerde Picasso een niet meer zo jonge dame kennen, die daar kwam pleiten voor een onafhankelijk Israel. Haar vasthoudendheid in onderhandelingen en haar gulheid met giftige opmerkingen leverden haar daar de bijnaam "Cobra" op, terwijl de absurditeit van haar ideeën Picasso inspireerden tot een nieuwe stijl, die spoedig haar Parijse bijnaam aangehecht kreeg. Hoewel de relatie met de getrouwde 50-jarige maar een goede twee jaar duurde, en alleen binnen kunstenaarskringen bekend was, werd de hartaanval van haar echtgenoot in 1951 er achteraf toch mee in verband gebracht. Historici die beweren dat de onafhankelijkheid van Israel door deze verhouding bespoedigd werd, behoren zonder uitzondering tot het genre fantasten dat graag twee interessante verhalen samensmelt tot één grote story. Over deze periode van Picasso valt relatief weinig te zeggen, omdat hij de indruk gaf "zomaar wat aan te modderen"[15], en zich zelfs te verlagen tot het illustreren van voorpagina's van boeken van auteurs die beweerden óók tot de Cobra-stroming te horen. Het is duidelijk dat zij allen eveneens een wellustige blik hadden laten vallen op deze uitzonderlijke vrouw, terwijl de Arabieren haar toch "de oude vrouw" noemden. Kunstenaars zijn geen wezens zoals u en ik, lezer. Wie anders dan een kunstenaar zou er anders in slagen om bij een 50-jarige vrouw op twee jaar tijd vier kinderen te verwekken? Juist, onze Picasso. Maar de Israel-affaire was zijn ding uiteindelijk niet, en hij weigerde zelfs om met Golda naar daar te verhuizen. Hij werd ongedurig.

[bewerken] Verenigde Staten (1)

"Amerika" was kort na de Tweede Wereldoorlog een magisch woord in Europa, en ook Picasso zou, net als Dalí vóór hem, aan deze magische aantrekkingskracht toegeven.

[bewerken] 1950: Bettie Page - Informele Schilderkunst

Picasso aan het werk op een Amerikaanse luchtmachtbasis: het zo gegeerde portret van Bettie Page! De militaire overheid kon echter niet overgehaald worden tot het hernoemen van het vliegtuig naar de beroemde pin-up.

De ongedurigheid van een gerenommeerd schilder werd door de meest populaire pin-up aller tijden, de Amerikaanse Bettie Page, aangegrepen om haar allergrootste ambitie waar te maken: geportretteerd te worden door een groot artiest, en zo in hogere milieus een voetje binnen te krijgen. Haar associatie met spanking en andere onschuldige seksuele en paraseksuele praktijken sloot perfect aan bij het beeld van een oudere man met een stevige reputatie qua libido en temperament, en hij scheen het ook zo te bekijken. Toen puntje bij paaltje, en de oude bok bij het groene blaadje kwam, was de ontgoocheling groot: zij bleek behalve haar immer identieke uiterlijk minder te bieden te hebben dan hij had gehoopt, en het grote portretproject werd herleid tot een vrij ordinaire afbeelding op de romp van een militair vliegtuig. Deze stunt leverde hem wel veel gelijkaardige opdrachten op, en hoewel dergelijke versieringen op een militair vliegtuig officieel niet toegelaten waren, omdat ze het camouflagepatroon stoorden, werden ze oogluikend toegelaten, zeker wanneer ze van de hand van een beroemd kunstenaar waren. Deze oogluikendheid leverde de kunstwerkjes de gezamenlijke term "Informele Kunst" op, en ook hier vond Picasso dra navolging. De piloten vonden de dames óók leuker dan de eeuwige kruisjes en bommetjes die traditioneel onder hun cockpitraam aangebracht werden om evenveel neergehaalde tegenstanders en overleefde bombardementsvluchten aan te geven.

[bewerken] 1951: Geneviève Laporte - Biomorfische Schilderkunst

Dat Picasso dit schilderde toen zijn vrouw even niet oplette, is duidelijk: een béétje bioloog klasseert dit niet onder biomorfisme, en het dateert waarschijnlijk uit het einde van deze periode, toen Genevièves interesse voor de artiest al ver te zoeken was.

Van de wulpse contouren ener pin-up naar andere interessante levensvormen was voor een kunstenaar als Picasso maar een stap, en hij besloot de Amerikanen kennis te laten maken met een kunststroming die al bijna twintig jaar in Europa een sluimerend bestaan leidde, vooral omdat ze zowat verzoop in de overvloed van grote en kleine, bijna niet van elkaar te onderscheiden stromingen: de Biomorfische Schilderkunst. Nu was dat niet meer dan het schilderen van op levende wezens (plantaardig en dierlijk) gebaseerde vormen, en strikt genomen is elk min of meer gelijkend portret van een dergelijk levend wezen biomorfisch te noemen. Deze vaagheid speelde ongetwijfeld een rol in de relatieve onbekendheid van de stijl, en Picasso zou er zich nooit mee ingelaten hebben zonder de invloed van Geneviève Laporte, een biologe met artistieke ambities. Door zijn inspiratie te gaan zoeken in microscopisch kleine organismen, wist Picasso de stroming toch éven de kop te laten opsteken, maar zodra Geneviève de bacil van haar leven had gevonden, zag ze hem niet meer staan, en was het meteen ook met déze mode gedaan[16].

[bewerken] 1952: Jacqueline Roque - Pop-Art

Picasso's eerste hoesontwerp was meteen een schot in de roos.

Op aanvraag van platenproductrice en mannenverslindster Jacqueline Roque, illustreerde Picasso in 1952 de hoes van een debuutsingle. Enerzijds was er de "uitdaging" (er hing met andere woorden een flinke vergoeding aan vast), en anderzijds de zachte druk van een ex-levenspartner. Niemand anders dan Bettie Page lobbyde bij hem voor haar vier jaar jongere zus Patti Page, die mede door Picasso's handtekening op het singlehoesje een wereldhit scoorde met "How Much Is That Doggie In The Window". Dit plaatje schreef op twee manieren geschiedenis: het werd beschouwd als het eerste echte pop nummer, los van rock, jazz, blues en country, en het lanceerde de Pop-Art: het illustreren door gerenommeerde kunstenaars van hoezen van populaire muziek. Toen Jacqueline Picasso met Patti in een compromitterende situatie betrapte, was het uit met de liefde, en haar goed uitgebouwde netwerk van relaties zorgde ervoor dat niemand Picasso nog om een hoesillustratie vroeg. deze was hier niet rouwig om, want hij voelde zich in dit massamedium niet op zijn plaats.

[bewerken] België (3)

Dat kleine landje aan de Noordzee bleef lonken, ook al omdat daar curieuze projecten ontwikkeld werden. Amerika had afgedaan, Picasso ging de Belgen weer eens opzoeken.

[bewerken] 1958: Peggy Sue - Zero

Tijdens een bezoek aan de Expo 58, meer bepaald aan het Atomium, raakte Picasso zijn Jacqueline kwijt in de menigte. Hij liet haar naam omroepen over de hele expo, maar ze kwam niet opdagen. Het humeur van de kunstenaar, die zich zo op dit uitstapje had verheugd, zakte tot het nulpunt. Zelfs de knappe expo-stewardess die de naamafroeping had verricht, kon hem niet opbeuren. Peggy Sue, want zo heette het meisje, maakte van dit opbeuren een erezaak, en bleef de oude man vergezellen, voor zover haar dagtaak dat toeliet. Jacqueline werd niet gevonden, en Picasso scheen weer te zijn gezonken tot het schilderen van grote eentonige kleurvlakken, zoals in zijn Colorfield-periode. Omdat hij niet wou te horen krijgen dat hij in herhaling viel (de doeken uit beide periodes zijn nauwelijks van elkaar te onderscheiden), gaf hij zijn stijl een andere naam, "Zero", naar het nulpunt waarin zijn humeur zich bevond. Na twee jaar gaf Peggy het opbeuren op, en liet de artiest aan zijn lot over.

[bewerken] 1960: Juliette van der Plas - Conceptuele Kunst & Nieuw Realisme

De ophefmakende weergave van een even ophefmakend herentoilet, waarmee Picasso zowaar twee kunststromingen tegelijk in het leven riep.

In 1960 maakte hij kennis met de 29ste vrouw van zijn leven, Juliette van der Plas, dochter van de befaamde Nederlandse schrijver. Hij ontmoette haar tijdens een verder heel banaal toiletbezoek in Brussel, waar zij de nederige maar eerbare functie van "Madame Pipi" vervulde. Haar invloed op zijn werk en stijl was niet gering: hij interesseerde zich plots zeer sterk voor de eenvoudige gebruiksvoorwerpen des levens, te beginnen met de inrichting van de werkomgeving zijner verovering. Omdat er meer sprake was van een concept dan van eigenlijk artistiek gewroet, werd zijn nieuwe richting neerbuigend "Conceptuele Kunst" genoemd. Die neerbuigende houding verdween toen bleek dat er voor het weergeven, reconstrueren, of zelfs gewoon demonteren en in een expositieruimte neerzetten van ordinaire voorwerpen wel degelijk een publiek was. De omvang van het succes kan gemeten worden aan de snelheid waarmee een groep afvalligen zich afscheurde om de fakkel door te geven onder de naam "Nieuw Realisme", maar in beide stijlen kunnen zijn werken van die der navolgers onderscheiden worden door zijn onvermogen om de voorwerpen gewoon te laten, want hij moest er toch een persoonlijke toets aan geven. Een urinoir werd zo een open vrouwenmond, om van de meer frappante aanpassingen nog te zwijgen.

[bewerken] 1961: Hildegard Garbitsch - Assemblagekunst

Een typische Picasso-assemblage, door de koper naar artistiek believen zelf te assembleren, zoals deze in 1961 in de betere kunstwinkel te verkrijgen waren.

Tijdens een geanimeerd feest voor Picasso's tachtigste verjaardag kwam uit de gigantische taart een schattige stripteaseuse gekropen, die het oog en de andere zinnen van de artiest meteen streelde, en bleef strelen. De eenzame schoonheid heette Hildegard Garbitsch, en was de dochter van de vermaarde Tomaanse politicus Joseph Garbitsch. Zij had de taart zelf samengesteld, en bleek bijzonder knutselvaardig, iets waar Picasso veel bewondering voor had, omdat hij altijd al eens iets creatiefs had willen assembleren uit al bestaande dingen, in plaats van te vertrekken van ruwe materie, of één ordinair voorwerp als kunst voor te stellen. Zij was het die zijn ideeën omzette naar werkelijkheid, en daaraan nog een praktische toets toevoegde: Picasso's assemblages werden los verkocht, zodat de koper iets van zijn eigen creativiteit kon toevoegen. Voor kopers zónder creativiteit werd een handleiding met een aantal suggesties toegevoegd. Een vereenvoudigde versie van deze Assemblagekunst werd later populair als didactisch materiaal voor kleuters, maar toen waren Pablo en Hildegard al lang weer uit elkaar, niet zonder samen een paar kindjes gemaakte te hebben.

[bewerken] 1963: Mary Quant - Minimal Art

De immense Jumbozaal van het Guggenheim in Bilbao, ten tijde van een aan Picasso's Minimal Art" gewijde tentoonstelling. Hier komt zijn werk uit die periode bijzonder goed tot zijn recht.

Het succes van Picasso's assemblages bleek de materiaalkosten nauwelijks te kunnen dekken, en hij kreeg met zijn Hildegard banale huishoudelijke ruzies over geld. Deze toestand joeg niet alleen Picasso's vrouw in andermans armen, maar zette hem uiteindelijk ook zonder materiaal om wat dan ook te creëren. De reddende engel in nood nam echter spoedig de vorm aan van Mary Quant, de mode-ontwerpster die schatrijk was geworden met het ontwerpen van de minirok, en die hem een geniaal idee influisterde: "Pablito, maak kunst met niks, geef er een naam aan, en verdien geld met hopen!"[17]. Pablito toog aan het werk: hij leende van een kunsthandelaar een dozijn lege kaders, schreef zijn naam op de onderkant van elke lijst, en stelde het geheel tentoon bij diezelfde kunsthandelaar onder de respectieve titels "Minimal Art #1", "Minimal Art #2", en zo verder tot "Minimal Art #12". De collectie was in een wip verkocht, en Picasso wist weer voor een tijdje wat gedaan. Uiteraard vond hij ogenblikkelijk navolging: een kunststroming met een dergelijke winstmarge kon geen enkele redelijke would be kunstenaar laten passeren!

[bewerken] 1965: Carmen Waterslaeghers - Hyperrealisme

"Hyperrealistisch portret van Carmen Waterslaeghers" (reconstructie door bevoegde archeologen).

Zoals wel vaker bij de artiest het geval was, hield noch deze creatieve instelling, noch de parallelle liefdesverhouding lang stand, en toen hij in een supermarkt tegen het weelderige lichaam van Carmen Waterslaeghers op botste, wist hij waarheen. Hij nam de sensueel ingestelde vrouw méé daarheen, maakte haar zwanger, en begon haar af te beelden in drie dimensies, met scherp oog voor elk minuscuul en zelfs pijnlijk nauwkeurig detail van haar lichaam. De bezoeker van Picasso's tentoonstellingen uit die tijd wist minstens even veel over het lichaam van Carmen als Carmen zélf. Toen deze dame, die voorheen toch graag haar vormen liet bewonderen, dit toch te ver vond gaan, gooide ze Picasso buiten, en vernielde de beelden zó grondig, dat geen archeoloog nog in staat was om ze te reconstrueren. Éen van dergelijke reconstructiepogingen werd toch behouden, en hoewel het beeld eigenlijk niet meer tot het Hyperrealisme kan gerekend worden, past het wonderwel in Picasso's oeuvre.

[bewerken] Italië (2)

Picasso's tweede verblijf in Italië was oorspronkelijk niet als emigratie bedoeld, maar startte als een onschuldige vakantie, bedoeld om het hardhandig buitengegooid worden door zijn laatste partner te vergeten.

[bewerken] 1967: Lolo Ferrari - Arte Povera

Het enige exemplaar van de carrosserie die Picasso voor Ferrari ontwierp.

Tijdens een vakantie in Italië kwam Picasso zwaar onder de indruk van de boezem van flamboyante kleindochter van de autofabrikant Enzo Ferrari. Lolobrigida Ferrari, roepnaam "Lolo", introduceerde haar nieuwe vriendje bij haar grootvader, die hem overhaalde om de carrosserie voor het nieuwste Ferrarimodel te tekenen. Om in de gunst van de familie, en vooral van de weelderig gebouwde kleindochter te blijven, aanvaardde Picasso de opdracht. Het duurde twee jaar om zijn ideeën om te zetten naar een autocarrosserie, twee jaar gedurende dewelke hij geen enkel schilderij produceerde, en de auto die hij ontwierp viel zódanig tegen, dat Ferrari het ontwerp spottend "Arte Povera", ofwel "arme kunst" noemde. Toen Lolo bovendien nog zinnens bleek te zijn om een carrière in de pornofilm te beginnen, was de maat voor de zesentachtigjarige Pablo vol. Hij wou weer iets creatiefs doen. En liefst iets groots ook!

[bewerken] Verenigde Staten (2)

Wie "groots" zegt, zegt "Amerika", en dus zat er voor de schilder niets anders op dan nog eens de grote plas over te steken.

[bewerken] 1969: Janet Shearon, Joan Archer & Patricia Finnegan - Land Art

Een even intense als geheime[18] relatie met de drie vrouwen van evenveel naar de maan gestuurde astronauten, en vooral het nieuws over het op die maan landen van twee van hen, bracht hem op het idee om eens geen canvas, maar Moeder Aarde zélf als basis voor een schilderij te gebruiken. Geen potlood of penseel, maar een legertje landarbeiders zouden de bijna negentigjarige artiest bijstaan in zijn ondernemingen. Intussentijd slipperde hij er vrolijk op los met Janet, Joan en Patricia, terwijl hun echtgenoten zich op één of andere manier van het aardoppervlak verwijderd hielden. In 1971 waren zij de enige aanwezigen op zijn negentigste verjaardagsfeestje, waar zij unaniem overeenkwamen dat zijn nieuwe kunst "Land Art" zou heten. Een jaar later dankte hij de dames voor hun diensten, en ging op zoek naar wat nieuws, zowel op amoureus als op artistiek vlak.

[bewerken] 1972: Harriet Potter - Outsider Art

Alleen de gedreven Picassofan gedoogt iets dergelijks tussen zijn (of haar) huisraad.

Op zoek naar liefde en inspiratie presteerde Picasso het om verdwaald te geraken in een dorp met twaalf huizen en een kerk. Op een marktje aangekomen vroeg hij de weg aan een vriendelijke dame die zelfgemaakt aardewerk te koop aanbood. De artiest was zó weg van Harriet Potter, want zo heette het mens, en van haar en werk, dat hij de eerste het hof maakte, het tweede zelf begon te maken, en ten derde niet meer weg wilde uit het dorp[19]. Het kleimedium was en bleef de schilder echter zó vreemd, dat men achter zijn rug zijn stijl "Outsider Art" noemde. Hij had er betrekkelijk weinig last van dat men hem in deze kunsttak een buitenstaander noemde, tot men zijn gebrekkige benadering om commerciële redenen begon te imiteren. Toen zijn vrouw de term dan óók begon te gebruiken, en haar voorheen niet onverdienstelijk ceramiek naar zijn niveau omlaag begon te halen, zag hij het belachelijke van deze kunst in, en sloeg aan het peinzen.

[bewerken] Frankrijk (3)

Picasso's gepeins over zijn meest recente kunstuiting leidde hem tot de conclusie dat zijn leven ten einde was, en zocht een plaats om te gaan sterven. Uiteindelijk werd, na lang dubben, Frankrijk het ideale land om het tijdelijke met het eeuwige te verwisselen, en hij trok derwaarts om dat dan ook te doen.

[bewerken] 1973: Wendy Van Wanten - Body Art

Detail van Picasso's lichaam na plastinatie, zoals het regelmatig wereldwijd in diverse tijdelijke tentoonstellingen te zien is. De omwisseling van linkeroog en mond is geen vergissing, maar een eerbetoon aan één van Picasso's meest opvallende stijlkenmerken.

Bij zijn dood in 1973 besloot zijn kersverse 38ste levensgezellin, Wendy Van Wanten, om het lichaam te laten mummificeren. Het traditionele milleniumoude procédé werd haar echter afgeraden door een jonge Duitse anatomiestudent, Gunther von Hagens, die beweerde een nieuwe conservatietechniek te hebben op punt gesteld, waarbij hij het vocht in het lichaam via een acetonbad verving door siliconen, om aldus alle weefsels van bederf te vrijwaren. De jongeman wou dit laatste aantonen door een deel van de organen en spieren bloot te leggen voor expositie, maar daar wou Picasso's weduwe niet van weten. Zodoende wordt de schilder nog altijd integraal én gekleed tentoongesteld, aldus postuum nog een nieuwe kunststroming lancerend: de Body Art of "lichaamskunst". Een einde in stijl, dat op die manier geen einde is.

[bewerken] Nageslacht

Behalve zijn eigen lichaam en een hoop schilderijen, liet Picasso ook een hoop kinderen na. Op de blauwe weduwe na, waren al zijn vrouwen bijzonder vruchtbaar, en brachten gemiddeld twee à drie kinderen ter wereld. Aangezien maar enkele van zijn vrouwen ook als echtgenote te boek stonden, erkende Picasso maar een klein percentage van zijn afstammelingen officieel. De inventarisatie van zijn volledige nageslacht, mede met behulp van DNA-onderzoek, is nog altijd niet voltooid, maar momenteel staat de teller op UNIQ2bde90b61f8fa12-choose-00000039-QINU.

Paletje.JPG
Huis-, kunst- en kladschilders

Bosch · Bruegel · Claus · Dalí · Hitler · Jan van Eyck · Leonardo Da Vinci · Magritte · Mondriaan · Picasso · Rembrandt · Rubens · Van Gogh · Vermeer


Potatohead aqua.png
Aan de schandpaal genageld!
Vastgenagelde versie:
31 december 2012
Dit artikel is een verschrikking! Daarom is het vastgenageld aan de schandpaal zodat iedereen er rotte groenten tegenaan kan gooien.



[bewerken] Notenbalk

Bouncywikilogo.gif
Voor de uilskuikens die de afgelopen eeuwen onder een rots hebben gelegen zonder krant of Twitter, heeft Wikipedia ook een artikel over: Pablo Picasso.
  1. Ook zij moest tot haar schade ondervinden dat de luchthaven van Málaga nog slechts een project op papier was, en dat er in Torremolinos wel een toren en twee molens te zien waren, maar dat het gemeentebestuur de bouwvergunning voor het eerste hotel nog niet toegekend had. Beide ondernemingen zouden overigens nog láng in de koelkast blijven zitten.
  2. Haar obsessie voor hoeden leverde haar in Brussel de legendarische bijnaam "Madame Chapeau" op, een legende die aan het einde van de XXste eeuw definitief vorm kreeg in een bronzen standbeeld.
  3. Veel van zijn jeugdwerken hadden kermisartiesten als onderwerp, en hij sprak vaak over de talloze uren en dagen die hij in de coulissen van circussen en kermissen had doorgebracht.
  4. Luidkeels maar in gedachten, want hij bevond zich tenslotte op een kerkhof. Alleen de telepathisch aangelegde Fernande ving de gedachte op, zonder goed te begrijpen waarop ze eigenlijk betrekking had.
  5. Er kwam tenminste nog het woord "kunst" in voor, wat niet altijd het geval was!
  6. De tweeling solliciteerde in de jaren dertig succesvol naar een rol in de horrorfilm "Freaks", zodat er van hen wél kan gezegd worden dat ze op één of andere wijze vereeuwigd zijn.
  7. Drs. P lag aan de basis van het gerucht als zou zij van Nederlandse origine geweest zijn, zoals blijkt uit het begin van een oude ballade, die nog steeds tijdens de lange winteravonden in het noorden van dat land bij het haardvuur wordt gezongen:
    Zij was geboren in Den Helder
    Zij was fatsoenlijk, net en kuis
    En van de vliering tot de kelder
    Was alles helder bij haar thuis
    Zij had twee helder blauwe ogen
    Zij lachte met een held're lach
    En hield ook heldere betogen
    Geen wonder dat ze helder zag
  8. "Zelfs het gazon was blauw, en bij weer zonder blauwe hemel moest er over het huis en de tuin een blauw zeil gespannen worden.", aldus de artiest in zijn autobiografie, uitgegeven bij Den Dampenden Darm te Zevergem (ten vroegste in 2015, maar er is hoop).
  9. Toen een wereldoorlog later Finse veteranen tijdens hun verzet tegen de Russische troepen het recept geschikt bevonden als goedkoop antitankwapen, was Mary allang vergeten, en werd de cocktail maar naar een Russische minister genoemd, bij wijze van beleefdheid jegens de geadresseerde.
  10. Blijkbaar wist hij als enige dat er nog een zou volgen.
  11. Picasso kon zich duidelijk nooit helemaal losmaken van de wereld van circusartiesten en foorkramers.
  12. Zij treurde hierom niet: dra werd zij de muze van een jonge Belgische striptekenaar, die een excentrieke nevenfiguur zocht voor de avonturen van zijn jonge reporter en diens hondje.
  13. De operatie, niet Dalí, hoewel die daar niet vies zou van geweest zijn, de jaloerse vent.
  14. Een eeneiige drieling, jawel.
  15. Aldus Salvador Dalí, niet bepaald een objectieve bron, maar het was de enige die er toen wat over te zeggen had. Hij werd er trouwens zélf van verdacht een oogje op dit sterk karakter te hebben. Op Golda, voor alle duidelijkheid.
  16. Joan Miró heeft het Picasso altijd kwalijk genomen dat deze een stijl waarin hij toch enige vermaardheid had verworven, eigenlijk belachelijk had gemaakt op de internationale kunstmarkt, en hem zo broodroofde.
  17. Autobiografie, pagina 6589..
  18. Gelukkig kennen Neil Armstrong, Edwin Aldrin en Michael Collins geen Nederlands, want deze revelatie zou hen wel eens de fatale hartstilstand kunnen bezorgen.
  19. Het feit dat er wel drieëntwintig namen (telling van 2008) circuleren om dit dorp te identificeren en te lokaliseren, laat sceptici opmerken dat de Potter-episode hoogstwaarschijnlijk een legende is, die dient om een periode van artistieke inactiviteit te verhullen. Sommigen gaan zelfs zover dat het pottengeknoei een veel erger verschijnsel moest toedekken: dementie van een toch wel uitzonderlijk artiest.
Gebruiker
Naamruimtes

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Projecten
Hulpmiddelen
Delen
In andere talen