OnLympische Spelen
Uit Oncyclopedia
“Dit gaat over een sportevenement”
“Ik ben nie zo sportief nie!”
“Dit gaat over sport. Dat deed ik zelf ook. Da's logisch!”
De OnLympische Spelen is een gigantisch sportfestijn waar iedereen aan kan meedoen. Men moet er wel winnen. Dit sporttoernooi heeft twee delen. De Zomerspelen en de Winterspelen.
Inhoud |
Ontstaan
De OnLympische Spelen is ontstaan in Nederland en België terwijl goden en halfgoden bezig waren met schrijven van heilige artikelen voor het heilige boek, de Bijbel der Bijbels, de encyclopedie der encyclopedieën: Oncyclopedia. Toen men over de 1111 artikelen was besloot een van de halfgoden om een gigantisch sporttoernooi te organiseren voor de goden en halfgoden van de Oncyclopedia ter ere van Sophia, Zijne Noedeligheid, en de Admins. Ook het Wubboïsme werd hier ook bij betrokken en sindsdien heerst het idee om een toernooi te houden over sport. Dit is gedaan omdat de meeste mensen zich te goed doen aan te lang tv kijken, te lang achter de computer zitten (hoewel sommige goden en halfgoden dit nog steeds doen) of te lui zijn om een been te verzetten. Dit moet veranderen, volgens de meesten. Dit is nu aan dit evenement die bijna een maand gaat duren in 2010. De officiële datum voor de Zomerspelen is nog niet bekend maar dat zal binnenkort verschijnen.
Zomerspelen
De Zomerspelen is een van de twee onderdelen van de OnLympische Spelen. De Zomerspelen was eerder dan de Winterspelen en was ook veel eerder populair in de heilige encyclopedie der onzinnen. Dit deel van de Spelen wordt om de vier jaar gespeeld en de volgende editie volgt in 2012 in Oncyclopolis. De Zomerspelen begint met de openingsceremonie in de Oncydome met ontzettend veel vuurwerk. Ongeveer net zoveel als bij de vuurwerkramp in Enschede. Twee dagen later komen de eerste onderdelen om te beginnen met atletiek en een aantal simpelere sporten. Alle sporten beginnen allemaal op verschillende tijdstippen en als een sport is afgelopen begint een andere sport op een andere plek ook weer. Hier gaan de mensen rennen voor hun leven en dringen als een gek om als eerste bij die sport te zijn. Dit is eigenlijk ook een sport. De Massasprint. Maar hieronder een lijst van alle sporten die gedaan worden op de Zomerspelen tot nu toe:
Atletiek
- Hardlopen, 100, 400, 1000, 2500, 5000 meter (voor vrouwen is het maximum 3000 meter)
Gewoon heel snel rennen over een baan en tegelijkertijd hopen dat je niet kapot gaat bij de 50 meter passage.
- Kruipen, 100, 250, 500, 1000 meter
Snel kruipen over dezelfde hardloopbaan en hopen dat je je knieën niet schaaft.
- Hinkelen, 100, 250, 500, 1000 meter
Hiervoor moet je op één been lopen hinkelen op diezelfde baan en bij de 100 meter mag je van been wisselen als je dat wilt.
- Potloodwerpen
Variant op het speerwerpen alleen doet men dit met een potlood. Dis men moet het heilige potlood weggooien in de vuilnisbak die daar verderop staat.
- Verspringen met trampoline
Heel hard aankomen rennen, springen op de trampoline, lucht meenemen en hopelijk niet over de zandbak van tien meter springen.
- Hoogspringen met trampoline
Aanloop nemen, springen, over de stok vliegen zonder deze aan te raken en een nacht in het ziekenhuis doorbrengen.
Friese variant op het polsstokhoogspringen. Alleen moet men dit doen over de Loch Ness rivier.
- Kogelstoten
Een kogel weggooien vanuit de borst
- Kogelslingeren
Een kogel die vastzit aan een touwtje tegen de kop van de scheids aangooien zo ver mogelijk weggooien.
- Kogelschieten
Met een geweer en een beetje verstand van hoeken en windrichtingen de kogel afschieten, tegen de scheids z'n kop zo ver mogelijk.
- Kruiwagen estafette
Zo snel mogelijk rondrennen op de atletiekbaan met een kruiwagen en deze weer afgeven aan de andere die klaar staat om verder te gaan met de kruiwagen, net zoals men dat met een stokje doet.
- Bordgooien
Ook wel discuswerpen genoemd. Alleen gooi je het bord ver weg.
Op de atletiekbaan snel gaan lopen. Niet rennen maar snel lopen.
- Massasprint
Als een sport is afgelopen gaan alle toeschouwers naar buiten en rennen, dringen en persen zich naar de volgende locatie waar de volgende sport begint.
Wielersporten
Fietsen. Heel erg ver fietsen. Of met een wiel in je hand rondrennen.
- Baanwielrennen - enkel
Op een ovalen baan rondracen met een fiets zonder remmen. Altijd garant voor een gigantisch spektakel.
- Baanwielrennen - tandem
Op diezelfde ovalen baan rondracen met een tandem zonder remmen. Altijd ruzie over wie er mag sturen. Spectaculair, vooral met de klappen die er worden uitgedeeld tijdens de rit.
- BMX
Met een klein miezerig fietsje op een vuilnisbelt of crossbaan rondcrossen/scheuren en hopen dat je als eerste aankomt.
- Ligfiets
Met een ligfiets heel rustig (of niet) een lange afstand rijden.
- Skeltermarathon
Met een skelter een parcours afleggen en een tijd neerzetten of gooien.
- Mountainbike
Met een fiets met dikkere banden en een die vies mag worden een vuil parcours afleggen en over de streep komen. Weliswaar als eerste natuurlijk.
- Eenwieler
Een race op een eenwieler. Eerst heuvel af en daarna hopelijk niet op je muil. En natuurlijk als winnaar aankomen.
Balsporten
Met je voeten een bal in het doel van de tegenstander trappen met een speciale traptechniek die men eerst van tevoren oefent.
- Handbal
Met een bal in de hand deze in het doel gooien en hierbij ook hard rennen.
- Golf
Met een stick dat eigenlijk een club heet een balletje in een gat slaan waar hij nooit met heel veel moeite niet meer uitkomt.
- Basketbal
Met heel vaak stuiteren een bal in een net gooien die hoog in de lucht hangt. Daarom hangt er helemaal onder dat net een trampoline.
- Tennis
Met een racket een geel balletje dat balletje met de racket over een net slaan naar de tegenstander.
- Batminton
Met een racket een shuttle, soort van kegelvormig ding met allemaal gaten erin, over een hoog net slaan. Kan in slomotion gespeeld worden.
- Volleybal
Hier moet met de hand een bal over een net slaan. Het mag er ook tegen aan, als de bal er maar overheen gaat.
Een sport die door mannen en vrouwen tegelijk wordt gespeeld. Met moet dan een bal in een aan de onderkant kapotte mand (korf) gooien.
Een sport die met een iets grotere golfclub met een bolle en platte kant een bal in het doel van de vijand schieten.
Natte sporten
- Zwemmen, Buikslag, Rugslag, Borstcrawl, Rugcrawl, Vlinderslag, Tsunamislag, 50, 100, 250, 500 meter
Gewoon jezelf helemaal de pleuris zwemmen in verschillende technieken.
Waterpolo variant waar de spelers tegen gevaarlijke haaien moeten spelen. Geen zorgen, ze bijten niet. Ze vermorzelen je alleen van bot tot teen.
Met een bobslee een waterglijbaan afrollen met hoge snelheid.
Met een rodelbak een waterglijbaan afrollen met hoge snelheid
- Onderwaterdammen (ook concentratiesport sport)
Een onderwater versie van bovenwaterdammen. Hier speelt men het klassieke dammen onder water. Zeer verraderlijk door de plotseling opkomende stromingen.
- Watervalspringen
Met een speedboat van een waterval springen. De afstand van de waterval tot waar de speedboat terechtkomt is de afstand die er te helen is.
- Roeien
Wedstrijd roeien door een stelletje ongetrainde amateurs. Doodsaai, alleen spannend als er een roeispaan van een teamlid aan elkaar blijft zitten.
- Surfen op het internet
Ook wel supersonischongelovelijkhoedoenzedatzozneltypen in een voetenbadje genoemd. Als er een naam of code genoemd wordt, is het gebruikelijk dat ze deze naam of code binnen één seconde getypt hebben. Zo niet, dan ligt diegene er uit.
Met een paar ski's achter een boot aan zitten en volledig uit je dak gaan met het touw en de springplanken.
Met een zeilboot in een kunstmatige rukwind voorkomen dat deze omslaat en als eerste aankomen over de streep en het lint breken. Als ze die kunnen vinden.
- Schoonzwemmen
Met een veiligheidsbril, theedoek, wasmiddel, borstel en een ander doekje het zwembad schoonmaken.
Extreme sporten
- Bungeejumpen zonder touw
Het populaire van-een-brug-af-springen zonder touw omdat de kredietcrisis ook de sport treft en iedereen moet bezuinigen. Dus hier ook.
- Schommelstunten
Op een schommel over de kop gaan, rollen maken, kortom: stunten. Zolang de jury er maar punten voor rekent.
In een winkelwagen die voor deze sport is aangepast een heuvel afrijden met allerlei bochten en spontane afdalingen.
In een vriescel of andere moeilijk te komen en uit te houden plek een strijkplank neerzetten en kleding strijken.
Iemand helemaal gek maken door de tegenstander te porren met een lang, scherp stuk metaal. Dit wordt ook wel schermen genoemd.
Een met groene zeep ingesmeerde baan gebruiken om een aardappel weg te gooien naar de frituurpan terwijl de blazers de richting van de aardappel veranderen en er tegelijkertijd voor zorgen dat de aardappel meer snelheid krijgt.
De naam zegt het al, duken in een struuk. Heeft 4 verschillende onderdelen.
Turnen
- Ringen
Aan twee ringen hangen en jezelf helemaal in de knoop krijgen. Natuurlijk moet diegene er ook weer uit.
- Dun balkje
Op een dun balkje, van zo'n een meter hoog gekke dingen doen. Zolang je er maar niet vanaf valt.
- Twee dunne balkjes naast elkaar
Hier ook weer gekke dingen doen dat ik ook kan en sommige dingen niet, maar ja, zolang diegene er maar niet afvalt.
- Twee dunne balkjes naast elkaar waarvan de ene hoger is dan de andere
Hier met moeite op staan en hier compleet uit je dak gaan en op de balkjes blijven staan. En uiteindelijk eraf springen.
- De grote hoge kruk
Met je handen op de kruk gaan leunen/hangen en dan de hele tijd met je benen rondzwaaien. Dit doen met wat variatie, zoals op je muil vallen bijvoorbeeld.
- Flik-flak krak
Aanloop nemen, halve radslag maken, nog een halve radslag, met de handen op de kruk, ook daarop een halve radslag maken, met je voeten in de ringen terechtkomen (of één voet) nog een halve radslag, en met een harde knal op de grond te pletter vallen.
- Springen en vallen
Springen van de grond en vallen op de grond. Hier gaat het om de hoogste vrije val die de speler aandurft.
- Dansen
Concentratiesport
Hierbij moet de speler in opperste concentratie zijn om de andere stenen van de tegenstander te slaan en hiermee een aanslag nabootsen
- Bovenwaterdammen
Een bovenwater versie van onderwaterdammen. Hierbij heeft men een bord, stenen en twee spelers. De stenen moeten elkaar slaan door de spelers de stenen te verplaatsen. Zo gaat dit maar door.
- Onderwaterdammen (ook een natte sport)
Een onderwater versie van bovenwaterdammen. Hier speelt men het klassieke dammen onder water.
- Torentje bouwen
Met steentjes zo snel mogelijk een gebouw maken. Hier wordt ook agressief gebouwd door de bouwers omdat ze willen winnen. Hier zijn ze ook op getraind.
- Bridge
Een kaartspel dat in meerdere rondes bestaat. Hier is stilte geëist en concentratie. Als dit niet lukt gaat de hele wedstrijd stilgelegd worden.
- Frisbeeën
Naar elkaar overgooien met een frisbee. Hiervoor heeft men een hond en zichzelf nodig. De hond gooit en de speler vangt. Of andersom.
Met kleine pijltjes in een bord gooien met kleurtjes die punten voorstellen. Hier heeft men een vaste arm voor nodig.
Andere sporten
Met een ballon proberen om deze tegen de muur van de tegenstander te slaan. Dit is irritant omdat de ballon niet snel door de lucht voorbeweegt.
Hierbij gaat een speler zijn tegenstander proberen te verslaan en andersom door flinke trappen en schoppen uit te delen en in de grond te scheppen.
Hier gaat een speler zijn tegenstander proberen te ver'slaan' of andersom door de tegenstander een paar flinke knallen en klappen te verkopen. Vuistslagen zijn niet toegestaan.
Verdere sporten zijn nog onder voorbehoud.
Winterspelen
De Winterspelen is een tweede onderdeel die bij de OnLympische Spelen hoort. Men was het zat om steeds vier jaar te moeten wachten voordat het grote evenement weer kwam. Dus besloot men in de organisatie om ook om de vier jaar een winter editie te houden van de Spelen. De Winterspelen kwam dan twee jaar na de Zomerspelen en zo hoefden de liefhebbers niet vier jaar te wachten voor de poorten van het stadion voordat deze eindelijk weer open gaan. Deze editie heeft weliswaar minder sporten dan de Zomerspelen, maar we geven gewoon de kredietcrisis de schuld. Hieronder de sporten die hier allemaal in 2012 een hoop herrie zullen geven:
IJs
- Schaatsen, 500, 1000, 1500, 3000, 5000 meter (voor de vrouwen is het maximum 2500 meter)
Met een aantal scherpe ijzers over ijs glijden in hoge snelheid zodat er lijnen in het ijs komen en de andere schaatsers daarvoor moeten oppassen dat ze daarin hun schaatsen niet verliezen.
- Kunstschaatsen
De moeilijkste sport in de Winterspelen omdat de schaatsers een echt kunstwerk moeten schaatsen zoals de Nachtwacht, de Mona Lisa of Sophia. Dit levert punten of. Dus als iemand een 8 schaatst geeft dat weinig punten op.
Dit is hockey op het ijs. Met andere sticks en geen bal. Ze kunnen er ook geen bal van. Alleen maar een puck. Een soort van schijfje die over het ijs glijdt. Deze om een klein doel in langs een bonk veiligheidsuitrusting terwijl de speler geterroriseerd wordt door andere spelers met rammen tegen de muur aan en dat soort agressiviteit.
- Bobsleeën
Dit is het bobsleeën zonder waterglijbaan, maar wel in een ijsbaan van de berg af. De bobslee kan vier mensen meenemen en ook een hoop snelheid
- Rodelen
Dit is met een bak met twee handvaten een ijsbaan afglijden. Een soort van bobsleeën maar zonder bobslee. Hier ligt de persoon op de rug.
- Skeleton
Dit is met een bak met twee handvaten een ijsbaan afglijden. Een soort van bobsleeën maar zonder bobslee. Hier ligt de persoon op de buik.
- Shorttrack
Hier gaan personen schaatsen op een veel kortere baan dan de gewone schaatsers. Hier gaan ze sprinten, uitglijden, sprinten, uitglijden, vallen en sprinten tot ze er gek van worden .
- Curling
Dit is de Winterspelen versie van Hoken. Dit is weliswaar anders dan Hoken, want hier worden bezems gebruikt. Deze sport wordt daarom ook wel ‘ijs schoonvegen’ genoemd. Hier gebruiken ze ook een steen i.p.v. een aardappel.
Sneeuw
Hier worden twee speciale planken vastgebonden en gaan ze met deze planken over de sneeuw glijden op verschillende manieren. Dit is dan ook populair. Dit kan gedaan worden in slaloms maar ook in andere delen die een betere uitleg nodig hebben.
- Langlaufen
Hier gaan de skiërs waggelend vooruit in de sneeuw, afgewisseld met skiën en schieten op een bepaald doelwit. Dit is moeilijk in die kou en dit kost ook punten. Maar de skiërs moeten ook zo snel mogelijk over de streep komen.
- Schansspringen
Dit is een sport waarbij de persoon met zijn ski’s naar beneden raast van een heuvel. Aan het eind springt de persoon ervan af, hij vliegt heel even en springt zo’n 80 meter verder.
- Snowboarden
Met een plank, veel breder dan die van ski’s, van een helling van sneeuw glijden. Dit kan gedaan worden als slalom of andere nutteloze manieren.
- Ontsnap-aan-een-lawine skiën
Met ski’s aan moet de skiër ontsnappen aan een lawine achter hem die veroorzaakt is door een lawinehond.
- Ontsnap-aan-een-lawine snowboarden
Met een snowboard aan moet de snowboarder ontsnappen aan een lawine achter hem die veroorzaakt is door een lawinehond.
Meer sporten zijn onder voorbehoud.
De Spelen in 2010
De Tweede OnLympische Spelen (de eerste gebeurde in het geheim) wordt gehouden in Oncyclopolis. Deze stad, hoewel deze nog in aanbouw is zal in het oosten naast de kakkerbuurt het OnLympisch zwembad komen. De Oncydome is ook nog volop in aanbouw maar men heeft nog geen idee waar de andere sportplaatsen komen. Bij de velden van FC Wanhoop en FC Oncy is er geen oplossing. Wel misschien in het grote bos. Maar dat weet niemand. Alle energie komt van de kerncentrale en een beetje uit andere landen en steden. De OnLympische Zomerspelen zullen in 2010 gehouden worden en men is er nog steeds mee bezig om alles op de juiste plek te krijgen. Men is bezig aan een plattegrond van de Spelen maar deze zal komen wanneer deze klaar is. Dat is nogal logisch!
