Geschiedenis

Uit Oncyclopedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Holbewoner schrijft geschiedenis. Rotstekening in de kelder van het Oncyclopedisch Museum.
Ik hou zo van geschiedenis, ik vind dat vak voornaam: van al wat er te bieden is heeft dát de meeste faam.
~ Drs. P over geschiedenis.

Geschiedenis is het mooiste, het treffendste, het duidelijkste en tevens het meest over het hoofd geziene bewijs voor de juistheid van de evolutieleer. Deze immer evoluerende onderwijs- en onderzoekstak doet niets anders, behalve geheugen- en interesseloze kindertjes het leven zuur maken, en autoritaire gezagsdragers in de weg zitten, dan de mens in het aangezicht smijten hoe klaar en helder het is dat alles evolueert. Geschiedenis is een begrip dat teruggaat tot de nacht der tijden.

Joost en de nacht der tijden[bewerken]

De primaat van Padua : getrouwe weergave van de eerste mens die te onderscheiden was van een gemiddelde aap. Prentenkabinet van het Oncyclopedisch Museum.

De nacht der tijden mag zonder twijfel de boeiendste periode uit de geschiedenis genoemd worden: vele gewoontes en ontwikkelingen gaan tot daar terug. Tot ons aller grote spijt gaat het geheugen van Joost niet zover terug, en moeten wij ons behelpen met de zeldzame documenten uit het Oncyclopedisch Museum, waarvan Joost de suppoost is.

Joost de suppoost[bewerken]

Hij is dat sinds de opening in 1753[1], en heeft al veel conservators zien komen en gaan. Zij hadden allen veel baat bij het fenomenaal en nimmer falend geheugen van Joost, en bij elke twijfel was de leuze: "Joost mag het weten!". Ook de huidige conservator beleeft veel plezier aan het geheugen van Joost.

De kelder van Joost[bewerken]

Hoe behulpzaam Joost ook is wanneer een Oncyclopedist[2] iets zoekt in het Museum, des te wantrouwiger wordt hij wanneer men naar de kelder vraagt. Joost was, vooraleer als suppoost aangenomen te worden, als metsersknaap behulpzaam bij het uitgraven en opmetselen van deze kelder, en nog vóór de opening van het gebouw waren, op Joost na, alle werklieden overleden. Hijzelf zag óók maar witjes, maar bleef in leven. Vertikte het om met pensioen te gaan, en vertikte het evenzeer om op een acceptabele leeftijd te overlijden. Maar wat er in de kelder bewaard wordt, komen de achtereenvolgende conservatoren maar bij mondjesmaat te weten, en dan nog alleen indirect, wanneer Joost zelf iets gaat halen, of zorgt voor een afbeelding van wat daar aanwezig is. Intussen is er een sterk vermoeden gerezen dat er een zeer nauwe band moet zijn tussen de kelder en de nacht der tijden, maar Joost wordt met rust gelaten zolang hij af en toe met iets moois op de proppen komt. Want zijn bijdragen zijn van het grootste belang voor het begrijpen van het begrip "geschiedenis".

Evolutie van de geschiedenis: de eerste ronde[bewerken]

Bombay (India), 1491. Tijdens zijn jaarlijkse Rede tot Beide Indiën kan opperhoofd Staande Voet het gewelddadig gedrag van zijn lijfwacht Winnende Hand niet langer de baas, en vlucht naar Amerika. Beeldengroep in het Oncyclopedisch Museum.

Niemand, zelfs de meest vastgeroeste creationist, kan ontkennen dat de mens van morgen op zijn minst één dag meer aan geschiedenis te verwerken krijgt dan die van vandaag, en wie van gisteren is één dag minder. Dat is zo al millennia lang aan de gang.

Geschiedenis vóór het ontstaan van het universum[bewerken]

Alleen wie vóór het ontstaan van het universum geleefd heeft, kan zich een voorstelling van het paradijs maken. Er was geen bal geschiedenis te kennen, laat staan dat er voor andere vakken moest geblokt worden. Maar de schaarsheid aan geschiedenis was vóór de Big Bang het meest opvallend. Niet dat iemand daar toen notie van nam, aangezien toen ook niemand wist dát er zoiets als geschiedenis, hoe kort ook, zou kunnen bestaan. Het paradijs, gewoon.

Geschiedenis vóór het ontstaan van de mens[bewerken]

Tussen de Big Bang en het uit de bomen klauteren van de eerste mensen, was er al wat geschiedenis gemaakt, door dinosauriërs, rare vliegbeesten en wormen. Maar aangezien dezen daar weinig van noteerden, viel de leerstof al bij al nog mee. Het was vooral een kwestie van jaartallen onthouden: tussen deze jaartallen in gebeurde er bijzonder weinig, een ontploffende vulkaan of binnenwippende meteoor niet te na gesproken. De enige noterenswaardige gegevens, waren de dagelijkse temperaturen, en het het strekt het bestuur van het Oncyclopedisch Museum, en Joost de suppoost in het bijzonder, tot eer dat zij in 1833 een kopie hiervan ter beschikking stelden van het Koninklijk Meteorologisch Instituut te Brussel, toen nog gewoon "de Sterrenwacht" geheten, toen men daar met meteorologische waarnemingen begon. In 1854 bezorgden zij ook een kopie aan het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut, wat beide instellingen een wereldwijde faam bezorgde. Dit archief laat bijvoorbeeld de VRT-weerman toe om ons te vertellen de op hoeveel na warmste of koudste dag het vandaag weer geweest is. Dat wij jaren dezelfde weerman voorgeschoteld krijgen is óók geen toeval: het ontcijferen van deze prehumane temperatuurnoteringen is niet aan iedereen gegeven, en het schijnbaar infantiel en totaal overbodig gebazel van zo'n weerman verbergt een weelde aan kennis. Door hun zeldzaamheid liggen die mensen goed in de markt, en slokken algauw de helft van het budget van een middelgrote zender op.

Geschiedenis in de oertijd[bewerken]

Op wat vage jaartallen[3] en een reeks onleesbare temperatuurgegevens na, hadden de eerste mensen zich dus weinig aan te trekken van geschiedenis. Evenmin waren zij zich ervan bewust dat elk van hun handelingen bijdroeg tot het verzwaren van de geschiedenislast van hun nakomelingen, vooral wanneer iemand in de stam zo slim was om deze handelingen te noteren, door middel van tekens of tekeningen, of door ze driedimensioneel weer te geven via sneeuw- of zandsculpturen[4]. Mondelinge overdracht was ook niet ongewoon, maar de kwaliteit daarvan was sterk afhankelijk van het geheugen en de fantasie van de verteller.

Geschiedenis van de geschiedenis[bewerken]

De bal kwam pas goed aan het rollen toen een Mesopotamische boekhouder, die het beu was om koeien en graanzakken te tekenen, op het idee kwam om de handelswaar van zijn baas, en de handelingen mét die handelswaar, en de onderhandelingen rónd deze handelswaar, allemaal van een specifiek, discreet, compact teken te voorzien. De man kwam er spoedig achter dat hij zo ook de gesprekken tussen zijn baas en diens zakenpartners kon vastleggen, en hen een papier onder de neus kon duwen wanneer zij een afspraak niet nakwamen. De man schreef geschiedenis, omdat de lokale priester, die nog een bijbaantje als onderwijzer had, en door ging voor de meest erudiete man in het dorp, beweerde dat men pas van geschiedenis kon spreken van het ogenblik dat er iets opgeschreven werd. "Vanaf nu dus", voegde hij er volledigheidshalve aan toe. De mensheid was op een belangrijk keerpunt van de geschiedenis aangekomen, omdat men vanaf nu, door het onderscheid te maken tussen wat er gebeurd was vóór de uitvinding van het schrift en dat erna, er de geschiedenis van de geschiedenis bijkreeg.

Evolutie van de geschiedenis: de tweede ronde[bewerken]

Pjotl Matotl, de agent van een vreemde mogendheid, die in Spanje een geheim document ontvreemdde, en daardoor rechercheur Cristoforo Colombo achter zijn veren kreeg. Portret in het Oncyclopedisch Museum.

Weldra was er een groot tekort aan geschiedenisleraren, en aan geschiedenisboeken, want de mensen begonnen ook meer dingen te ontdekken en te verrichten in kleinere tijdsintervallen, zonder zelfs te weten dat ze de exponentiële toer op waren. Toen ze dat begrip ontdekten was het echter al te laat, er was geen weg terug meer. De toenemende complexiteit van de menselijke samenleving leidde ook vaker tot het opstaan van tirannen en andere dictators, die er het grootste belang bij hadden dat de mensen niet precies meer wisten hoe het vroeger was. Maatregelen moesten getroffen worden: een grote hoeveelheid gegevens was handig om eventuele nieuwsgierigen door de bomen het bos, of door het bos de bomen niet meer te laten zien, maar de eventueel verkregen informatie moest in ieder geval ten dienste van het gezag staan.

Geschiedenis vervalsen[bewerken]

De meest subtiele, maar meteen ook meest ingewikkelde wijze om het collectief geheugen van de mensheid een hak te zetten, was geschiedenisvervalsing. Deze ingreep verminderde de steeds toenemende geschiedenislast niet, maar stelde deze wel in dienst van een hoger doel. Geschiedenis had eindelijk nut, al was het maar de verantwoording van de daden van een autoritaire gezagsdrager. Maar de vervalsing moest door hooggeplaatste geleerden gebeuren, die zaken uit het verleden zodanig konden aanpassen dat ze niet (of toch niet te opvallend) in tegenspraak waren met verwante voorvallen. Dit was een moeizaam en tijdrovend proces, en menige koning overleed zonder het resultaat van zo'n ingreep te smaken. Onverwachte hulp kwam vanuit religieuze hoek, en toen namen de zaken namen plots een vaart.

Godsdienst steekt een handje toe[bewerken]

Omstreeks 500 na C. kwamen in de gehele westerse wereld hoogstaande religieuzen tot de constatering dat de gelovigen een stuk volgzamer werden wanneer zij tijdens de kerkdienst met mooie verhaaltjes zoetgehouden werden. Dit leidde tot wat men uiteindelijk de "Gewijde Geschiedenis"[5] ging noemen. Het gezag van het Opperwezen liet de gelovigen alles aannemen wat zijn[6] handtekening droeg, en de wereld werd meteen ook overzichtelijk verdeeld in goeien (gelovigen van de enige ware godsdienst) en slechten (heidenen, zijnde al de rest). Door de lokale godsdienst te koppelen aan politiek, konden de wereldlijke machthebbers eindelijk hun zin doen met geschiedenis, en bijvoorbeeld de onderdanen aan het verstand brengen dat zij de uitvoerende arm van de goddelijke macht op aarde vertegenwoordigden.

Godsdienst heeft afgedaan[bewerken]

Na een aantal eeuwen kwam er een breuk tussen wereldlijke en religieuze gezagsdragers, die elk het vervalsen van geschiedenis op een verschillende manier gingen toepassen, om elkaars deel van de macht af te snoepen. Menige paus overleed schielijk, menige koning werd geëxcommuniceerd. In de eerste helft van de XXste eeuw werd de parel op de kroon gezet door de grote baas van de Sovjetunie, die het budget van Onderwijs vertienvoudigde om op korte tijd en efficiënte wijze de geschiedenisboeken zodanig aan te passen, dat zijn rol in de wereldgeschiedenis uiterst belangrijk werd. Deze geschiedenisboeken worden nu nog altijd gebruikt, al zijn ze intussen voldoende bijgewerkt om recentere heersers hun verdiende plaats in de schaduw van hun grote voorganger te geven. De kwaliteit van deze seculiere aanpassingen hebben er onder andere voor gezorgd dat heden ten dage deze grote man door zijn landgenoten toch nog altijd een eervolle derde plaats inneemt wanneer zij de populairste Rus uit de geschiedenis kiezen. Geen wonder dat in dergelijke staten bijzonder veel geld aan Onderwijs wordt besteed, en vooral aan het vak geschiedenis, omdat de machthebbers drommels goed weten hoezeer dat hun machtspositie kan ten goede komen.

Geschiedenis wissen[bewerken]

Nóg cynischer gingen diegenen te werk, die hele brokken geschiedenis overbodig vonden, en ze gewoon gingen wissen. Dat gebeurde op een zeer eenvoudige, maar wel enigszins tijdrovende manier: uit alle op deze planeet aanwezig zijnde geschiedenisboeken scheurden zij de pagina's die in hun tijdperk, hun politieke overtuiging, hun religieuze opvatting en hun ogen niet ter zake deden, en de moeite van het herschrijven niet waard waren. Zij hebben echter buiten de waard gerekend, want van elke uitgescheurde pagina die niet onmiddellijk vernietigd werd[7], kon altijd wel iemand een kopie maken. Deze kopieën bevinden zich, u raadt het al, in het Oncyclopedisch Museum. Omdat zoveel tekst zelfs de meest volhardende Oncyclopedist zou afschrikken, kunt u in dit artikel enige treffende staaltjes vinden van beeldmateriaal dat gewiste geschiedenis illustreert.

Tijdreizen[bewerken]

Waterloo (Iowa), 1742. Tybeert, de trouwe kater van de in verdachte omstandigheden overleden Antoinette Nonyme, zet het personeel tegen haar despotische zus Adelaïde op. Deze vlucht zodanig snel naar Australië, dat de verhitte opstandelingen dan maar tegen de Britten beginnen te vechten, deze aldus voldoende verzwakkend om de revolutie van 1775 mogelijk te maken. Prentenkabinet van het Oncyclopedisch Museum.

De steeds toenemende hoeveelheid geschiedenis bezorgde de XXste-eeuwse geleerden zóveel hoofdbrekens, dat zij de koppen bijeen staken om een hoogtechnologische oplossing te vinden. Hun grote droom: rijzen in de tijd, meer bepaald naar het verleden, om daar de nodige vereenvoudigen aan te brengen. Hun doel werd bereikt toen Professor W. Druyff, briljante leerling van Professor Barabas in 1951 een goed werkende tijdmachine op punt stelde. De plannen werden echter in 1952 gestolen, en doken dan plots op in een populaire stripreeks. Pas in april 2008 won Professor Druyff het plagiaatproces tegen de erven Vandersteen, dus uit deze hoek kunnen we binnenkort de eerste tastbare resultaten verwachten.

Oncyclopedia en geschiedenis[bewerken]

Rome, voorjaar 1792. Maarschalk Matuvu Sese Seko op weg naar de paus, om daar te pleiten voor Afrikaans zelfbeheer van de slavenhandel. Prentenkabinet van het Oncyclopedisch Museum.

De sterke band tussen Oncyclopedia en geschiedenis gaat verder dan het nauwlettend koesteren van het Oncyclopedisch Museum, kelder en suppoost inbegrepen. Ervaren Oncyclopedisten weten dat elke pagina van dit onovertroffen naslagwerk een eigen geschiedenis heeft, en een speciaal knopje om deze geschiedenis zichtbaar te maken, met een simpele muisklik. Over de geschiedenis van deze geschiedenissen kan de Raad van Bestuur bloedstollende verhalen vertellen, maar niet zolang hen geen fraaie appeltaart voorgezet wordt.

Potatohead aqua.png
Aan de schandpaal genageld!
Vastgenagelde versie:
{{{date}}}
Dit artikel is een verschrikking! Daarom is het vastgenageld aan de schandpaal zodat iedereen er rotte groenten tegenaan kan gooien.


Notenbalk[bewerken]

  1. Sommige bronnen zeggen 1573, maar het moge duidelijk wezen waar deze optimistische datering vandaan komt. Kom zeg, Joost zou in dat geval minstens 450 jaar oud zijn. Dat gelooft toch geen hond !
  2. Andere diersoorten zijn in het Oncyclopedisch Museum niet toegelaten, tenzij ze opgezet zijn en kunnen bijdragen tot een beter begrip van de wereld rondom ons.
  3. Men hoefde toen niet op honderdduizend jaar te kijken.
  4. Het mag bijzonder spijtig genoemd worden dat deze artiesten zulke ongelukkige materialen hebben uitgekozen, want uit de weinige overgebleven (en intussen allemaal naar de kelder van het Oncyclopedisch Museum gebrachte) artefacten blijkt dat zij het niet kennen van de derde dimensie (zij waren nog maar tot twee geraakt) op een bijzonder originele manier omzeild hadden. Het is even spijtig te noemen dat wij ons tot nu toe moeten tevreden stellen met wat Joost de suppoost ons daarover (mondeling!) kwijt wil.
  5. Katholieke term, om het overzichtelijk te houden. Bovendien trekt mijn Chinees op geen {x|ellebogen}}, en met mijn Arabisch is het nog erger gesteld, om van Grieks, Latijn en Hebreeuws nog te zwijgen. Sanskriet wil nog wel lukken, maar toch, met al die dialecten...
  6. Van het Opperwezen dus, blijven volgen
  7. En dat waren er nogal wat, omdat de opdrachtgevers een lijst wensten bij te houden van de verwijderde pagina's, en het opstellen van die lijst centraliseerden in Absurdistan.

Duidelijkere notenbalk[bewerken]

AAAAAAAAA!-music.png