Gerard Reve

Uit Oncyclopedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Gerard Reve (Amsterdam, 14 december 1923 – Zulte, Oost-Vlaanderen, 8 april 2006), tevens bekend onder de pseudoniemen Simon van het Reve, Karel van het Reve en Herman Brusselmans, is een groot maar dood schrijver. Hij hield zich gedurende zijn gehele leven angstvallig verscholen in de kast, waar hij pas na zijn dood ruw uitgetrokken werd door zijn biograaf Nop Maas.

De nog jonge Gerard als misdienaar (1935). Hij was toen al een heel vroom ventje, altijd bereid om mijnheer pastoor een handje te helpen.

Leven en werk[bewerken]

Gerard Reve had een jeugd als elke andere gezonde Hollandsche jongen. Kikkers de poten uitrukken, aan de vlechten van de meisjes trekken, geheime clubjes vormen die een broertje dood hadden aan papieren leden, en natuurlijk een leuk zakcentje verdienen door de jongens van de hoogste klassen uit de losse pols te bedienen.

Tot zover niks bijzonders. Maar de jonge Gerard wilde meer. In hem brandde een diep verlangen om beroemd te worden. Wereldberoemd! Nu had je in die tijd nog geen talentenshows, nee, in die tijd werd je nog beroemd middels de kroontjespen. Dus sloeg onze Gerard verwoed aan het schrijven.

En met succes. In het jaar onzes Heren 1947 verscheen zijn debuutroman, De avonden, en dat bleef bepaald niet onopgemerkt. Het boek was doortrokken van een ongekende levensvreugde, wat zijn ietwat knorrige tijdgenoten al snel de opmerking "Nou nou, kan dat niet een onsje minder?" ontlokte. Dat was ook niet gek, zo vlak na de Tweede Wereldoorlog hing er een ondoordringbare deken van pessimisme over Nederland. De oorspronkelijke bewoners moesten na het vertrek van de Duitsers weer helemaal zelf de handjes laten wapperen, en dat beviel hen lang niet altijd even goed. De kreet "Früher war alles besser" klonk dan ook op menig straathoek, en de optimistische toekomstvisie van Reve stuitte op veel onbegrip. Pas jaren later kreeg het boek de waardering die het verdiende, onder aanvoering van bekende Revianen als Erica Terpstra en Emile Ratelband.

Dat voor zijn tijd ongekende optimisme haalde Reve uit zijn geloof. Al vanaf jonge leeftijd was hij een devoot rooms-katholiek, die gedurende de rest van zijn leven onvermoeibaar bleef strijden tegen "het toenemend verval der zeden". Steen des aanstoots was voor hem vooral het verontrustende gegeven dat de homoseksuele medemens in het naoorlogse Nederland op steeds grotere acceptatie kon rekenen. Reeds in zijn boek Op weg naar het einde (1963) waarschuwde hij voor het onontkoombare feit dat een samenleving die de "tegennatuurlijke liefde" toestaat uiteindelijk gedoemd is jammerlijk ten onder te gaan.

Dit, lieve kindertjes, is nu de voorloper van de e-reader. Zoiets noemde men vroeger een "boek". Oom Gerard heeft er heel wat in mekaar geflanst.

Maar het mocht niet baten, in Nederland werd de gezonde hetero stilletjesaan net zo zeldzaam als de dodo. In de jaren 70 van de vorige eeuw ontvluchtte hij, moegestreden en teleurgesteld, ons land, en ging hij in Frankrijk wonen, een land dat hij roemde om zijn nog zo zuivere buitenlucht, "die de mannen tenminste nog aanvuurde tot de o zo gezonde begeerte naar een echte vrouw". Hij bouwde er zijn eigen huis en leek tevreden. Na verloop van tijd ontdekte echter ook hij wat eigenlijk elke simpele vakantieganger al weet: Frankrijk is een prachtig land, maar dan wel zonder de Fransen. Ontgoocheld trok hij weer richting het Vaderland, maar reeds bij Hazeldonk werd hij door zo een diepe weerzin getroffen dat hij besloot in België te blijven. Dit bleek een gelukkige keus. Hij werd er een graag geziene gast ten paleize, en werd door de Koning der Belgen, die een groot liefhebber van zijn werk was, meerdere malen gelauwerd. Voor een moralist als Reve bleek België het Beloofde Land. "Het moet zo zijn", verklaarde hij in een van zijn zeldzame interviews voor de verrekijk, "dat ik mijn laatste adem uitblaas in dit godvruchtige land, het enige land ter wereld ook dat Gode zij dank nog nimmer een zedenschandaal heeft gekend."

Als schrijver nam Reve een unieke plaats in tussen zijn tijdgenoten. Hij zette zich sterk af tegen een collega als Harry Mulisch, die hij "een romantisch-decadente mooischrijver" noemde, en wiens stilistisch perfectionisme hij verafschuwde. "De boodschap is het enige dat telt, stijl kan me niks verdommen!", was een gevleugelde uitspraak van Reve. Hij had vooral een hekel aan de eeuwige ironie van Mulisch. In een berucht geworden interview bij Andries Knevel verklaarde Reve geagiteerd: "Ik ben een man, en mannen zeggen gewoon waar het op staat!"

Voor Reve dienden leven en werk één geheel te vormen, en al zijn boeken zijn dan ook doortrokken van zijn intense liefde voor de vrouw. Niet op de platte, vleselijke manier die bij zo veel van zijn tijdgenoten inmiddels zo gewoon was geworden, maar op een hoofse, kuise, respectvolle manier, die teruggreep naar middeleeuwse voorbeelden als de Beatrijs. Zijn beroemdste roman in dit opzicht is Turks fruit (1969), dat al direct na verschijnen "Libelles Boek van de Maand" werd, en in de verfilming door Bert Haanstra zelfs een Oscar won. Ook schreef Reve opvoedkundige werken, waaronder de onverbiddelijke bestseller Bezorgde ouders (1988), die tot op de dag van vandaag in religieuze kringen als hét pedagogische standaardwerk geldt.

In zijn latere leven raakte Reve wat in de vergetelheid. Waar zijn eeuwige tegenpool Mulisch kritiekloos aanbeden bleef door diens talloze navolgers, die zijn ironische wisecracks allemaal tot vervelens toe citeerden, geraakte de positieve levenshouding van Reve langzaam maar zeker weer uit de mode, zeker in de sombere periode na de Val van de Muur.

Postuum schandaal[bewerken]

Na zijn dood in 2006 ontstond er een verbitterde strijd om zijn omvangrijke nalatenschap. Reves laatste echtgenote, de weduwe Jopie Nooitgenoeg, schonk uiteindelijk, geheel om niet, een verzegelde kist met de complete correspondentie van Reve aan het Letterkundig Museum, onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat deze kist pas in het jaar 2106 geopend mocht worden. Ook ontstonden er almaar meer geruchten dat Reve toch echt niet de brave huisvader zou zijn geweest die hij zo graag voor de buitenwereld speelde. Er gingen steeds luidere stemmen op om de inhoud van zijn brieven te openbaren, waardoor de toenmalige regering Balkenende VIII zich uiteindelijk gedwongen zag een officiële onderzoekscommissie in te stellen.

Gerard Reve met zijn eerste echtgenote Marga Klompé, op de gezellige viering van hun koperen bruiloft (1969). Het schijnt de eerste en meteen ook enige keer geweest te zijn dat ze elkaar ooit gezoend hebben.

Dit werd de Commissie Deetman, maar voordat deze goed en wel met zijn onderzoek kon beginnen wist de Nijmeegse biograaf Nop Maas op slinkse wijze de gehele inhoud van de kist met brieven achterover te drukken. Het materiaal dat hij vond bleek hoogst explosief en leverde een uiterst geruchtmakende biografie op. Aanvankelijk probeerde de weduwe Nooitgenoeg het boek nog tegen te houden, maar tot bij de Hoge Raad beslisten de rechters dat het "in het belang van Het Volk was om kennis te nemen van de verdorven levenswandel van deze eens zo geachte medeburger". En zo kon het grote publiek dan eindelijk lezen dat de huwelijken van die o zo keurige schrijver (achtereenvolgens met Marga Klompé, prinses Irene en de eerdergenoemde Jopie Nooitgenoeg) één grote dekmantel waren geweest, en dat Reve, in het diepste geheim, zelf juist een vurig aanhanger van de Griekse Beginselen was geweest. Talloos waren zijn ontuchtige verhoudingen met jongemannen van zekere leeftijd, en Reve bleek zelfs het bed te hebben gedeeld met een eenjarige, muisgrijze ezel.

Commentatoren trokken al snel een vergelijking met die andere fervente homohater, Pim Fortuyn, van wie ook pas na zijn dood bekend werd dat achter die façade van dat keurige huwelijk met Fleur Agema een geheim leven vol homoseksuele uitspattingen schuilging. Ook Reves vroegere vrienden roerden zich. De Bond van Nederlandsche Huisvrouwen ontnam hem postuum zijn erevoorzitterschap, en ook de rooms-katholieke kerk was in diepe verlegenheid gebracht. In de talkshow Pauw en Witteman verklaarde een hevig geëmotioneerde kardinaal Simonis: "Ich habe es nicht gewußt!"

Het schandaal leidde uiteindelijk wel tot een herwaardering van Reves literaire oeuvre. Recensenten lazen zijn werk ineens met geheel andere ogen, en ontdekten in hem een getormenteerde ziel die zich wel wilde uitspreken, maar dat domweg niet durfde. Inmiddels geldt hij als een van onze belangrijkste postmoderne schrijvers, en sommige literatuurwetenschappers menen zelfs dat Reve de door hem zo gehate Mulischiaanse ironie eigenlijk zowaar nog geperfectioneerd heeft.

Trivia[bewerken]

Gerard Reve was een uiterst serieus mensch, en had dus een bloedhekel aan trivialiteiten. Nou vooruit, eentje dan toch. Zoals eenieder inmiddels wel weet bestond er een grote rivaliteit tussen de blijmoedige Reve en zijn zwartgallige collega Mulisch. Zo kwam Mulisch, in al zijn vileine kwaadaardigheid, eens met de kreet: Het werk van Reve is niks als vullis, het werk van Mulisch, da's pas leven! "Die kreet was eigenlijk nog veel leuker geweest als hij Mulisch had geheten, en ik juist Reve", aldus Mulisch. Reve, die over het algemeen niet hield van dit soort grappen, reageerde slechts met een verzoenend: "Ook Mulisch is een kind van God..."

Bibliografie[bewerken]

Bibliografie is een allochtoons woord voor boekenlijst. Zoals Rita Verdonk al zei tegen de Limburgers: "In dit land praten we Nederlands!"



Potatohead aqua.png
Aan de schandpaal genageld!
Vastgenagelde versie:
13 februari 2017
Dit artikel is een verschrikking! Daarom is het vastgenageld aan de schandpaal zodat iedereen er rotte groenten tegenaan kan gooien.



Pluimpatat.JPG
Auteur of geen auteur, dát is de kwestie!

Auteur · Godfried Bomans · Louis Paul Boon · Herman Brusselmans · Julius Caesar · Agatha Christie · Hugo Claus · Desiderius Erasmus · Herman Finkers · Michel Foucault · Galileo Galilei · Goethe · Adolf Hitler · Henrik Ibsen · Martin Luther King · Stephen King · Liefnius · Paul van Loon · Harry Mulisch · Baron von Münchhausen · Drs. P · Gerard Reve · William Shakespeare · Carry Slee · Simon Stevin · Knellis Tamstra · Oscar Wilde · Jan Wolkers