Frans (taal)

Uit Oncyclopedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Tegencirkel.GIF Dit artikel schijnt in tegenspraak te zijn met een ander artikel: Frans (iets wat op een taal lijkt).
Waag het niet om daar iets aan te doen!

Frans is een taal die gesproken wordt in Frankrijk, in Wallonië, in delen van Afrika en in enkele restaurants voor diners en aperitiefjes. Het is een tegenpool van het Duits, dat ook bevestigd wordt in de onderlinge relatie tussen Mofrika en Frankrijk gedurende de ganse geschiedenis, met de Frans-Duitse oorlog als moment suprême.

Ontstaan[bewerken]

Het Europese Franse taalgebied.

De Fransen waren tijdens de Romeinse bezetting vrij eigenwijs. De Koning der Gallische Rebellen riep de bevolking op tot het bedenken van een afwijkend schrift, de prijsvraag van zijn tijd. De Corsicaan Tüpārlüe won en zijn Korsische schrift werd het officiële schrift van het gebied. In de Middeleeuwen steeg een kleine beweging op die krampachtig schreef in het Latijnse schrift. "Je parle français.", en uiteindelijk was het Napoleon die het Latijnse schrift verkoos als officieel te gebruiken schrift, ondanks de bezwaren dat het Frans daar niet uniek mee zou zijn en het patriottistische element van de taal daar niet mee verloochend zou worden, maar feit blijft dat tegen de keizer spreken op zichzelf al geen mogelijkheid was ("Non. Decapitez!") en dat Napoleon van opvatting was dat het Engels toch de helft uit Franse invloeden bestond, dus zo uniek was dat Engels helemaal niet.

Status[bewerken]

Het Frans is de officiële taal in het Koninkrijk der Walen, Frankrijk, op het continent Corsica en in de Franse Overzeese Gebieden.
Tot de 16de eeuw was het de meestgebruikte taal onder de diplomaten en aristocraten. Toen verklaarde Willem van Oranje zich tegen verfransing van de Europese talen. Dat opende de weg naar de dominante positie van het Engels. Nog steeds is het Frans erg belangrijk in de Europese Unie en zal waarschijnlijk blijven bestaan tot het eind der beschaving.


Grammatica[bewerken]

Bezit[bewerken]

Oh Eveline, je veux tes p'tites zines, ouh-la-la, et cetera

Frans is een arrogante, egoïstische taal. Als we spreken over les adjectifs possessifs (bezitterige bijvoeglijke naamwoorden), valt op te maken dat er veelal jaloezie en een mijn-auto-is-het-mooist-complex aan te pas komt. Dit blijkt uit hoe de bezitsvorm gebruikt wordt. Neem deze zin:

  • Jean-Pierre est amoureux. Toute la journée, il pense à Eveline.

Tot zover is het nog vrij Frans, want het klinkt romantisch, het lijkt romantisch en het ziet er ook romantisch uit, gewoon omdat het Frans is. Maar schijn bedriegt!

  • Il rêve de son sourire et de ses yeux.

Hieruit is allereerst af te leiden dat het om een affaire gaat, maar ook dat 'son sourire' (letterlijk zijn glimlach) niet op Eveline slaat, maar op bizarre wijze op de glimlach, of Jean-Pierre zelf natuurlijk, de narcistische putain die hij ook is! Eveline is totaal niet belangrijk en zij is inwisselbaar. Gelukkig kunnen en willen de Nederlandstaligen wat meer liefde voor Eveline tonen, als zij tenminste maar Nederlands leert, maar helaas willen degenen die Frans als moedertaal hebben dat negen van de tien keer niet, dus dat is bij voorbaat kansloos. Zie België.

Meer egocentrisme[bewerken]

Fransen vinden zichzelf beau monde en zijn heel fier op hun allure en hun prestige (bij iedere entree verwachten ze eigenlijk een heuse hausse). Ze zijn, aldus de Fransen, bon chic en zelfs de bon vivants gebruiken altijd enkel bon mots. Elk canaille krijgt een cachet als cadeau, maar die is altijd charmant en heeft zelden een carte blanche nodig. Vandaar dat ze zich heel autoritair en met veel bravoure rond bewegen. Sterker, als ze even gaan lopen, laten ze niet alleen de hond uit, maar laten ze ook zichzelf letterlijk uit:

  • Je me promène.

Vreemd genoeg (tussen al het vreemde van het Frans zelf door) hebben de Franse linguïsten inspiratie gevonden bij de Teletubbies:

  • Nous nous promenons.

Waarbij nous-nous ook toevallig een personage is. Nu nog de vraag of het een maîtresse of een matras wordt. Of beide.

Posities[bewerken]

In het Frans zijn mensen vaak er niet over uit waar iets is. Waar Nederlanders voor de vraag Waar woon je? gewoonweg als antwoord Ik woon in Nederland hebben, hebben de Fransen naast het twijfelen of Brussel in Vlaanderen of Wallonië ligt, ook nog twijfel of ze nu moeten zeggen:

  • J'habite à Pays-Bas;
  • J'habite en Pays-Bas;
  • J'habite au Pays-Bas;
  • J'habite aux Pays-Bas; of zelf nog
  • J'habite dans Pays-Bas.

Natuurlijk weten al die Fransen dat automatisch toch wel op te dreunen, zij hebben allemaal immers geheimen meegekregen van hun ouders en scholen die willen ze niet delen met die domme buitenlandse gens inférieurs, maar net als bij elke meerkeuzevraag zit er altijd een antwoord tussen die gewoon heel erg fout is, en dat is dans, want je kunt immers niet dansen met een land (ook al betekent dit niet dansen, maar afijn). Juist is aux Pays-Bas, want er is iets raars met het feit dat Nederland (ondanks dat het één land is) toch in het Frans (en het Engels en het Duits en het Russisch ook trouwens) een meervoudig land is, want het is les Pays-Bas (de Lage landen). België daarentegen is een vrouwelijk land (Jacqueline Bordel was ook een Belgische) en daarop antwoordt men braaf j'habite en Belgique, want er is geen rare vorm als j'habite à la Belgique alsof je woont op z'n Belgisch. Wat zou dat dan moeten zijn? Elke dag braaf vijfmaaldaags amai zeggen op vaste tijden? Om de zoveel keer ruziën met je landgenoot die De Andere Taal spreekt en 'm daarom uitschelden met 'Ballon!'? Onder het mom van Bourgondisch leven je helemaal vol vreten? Portretten hebben van Albert II, Filip I, Samson en Musti (met uitzondering van de Franstalige Belgen, de Walen die Samson en Filip I weer niet kennen. 't Is toch een gebrek aan cultuur!) in de woonkamer, de keuken, de badkamer, de slaapkamer en in het kakkot? Hoe dan ook: het is zo. Dan heb je nog mannelijke landen zonder -e als j'habite au Luxembourg, maar die Luxemburgers zijn gewoon niet interessant, dus daar gaan we de tijd niet mee vervuilen. Ten slotte is er natuurlijk het befaamde liedje j'habite j'habite à Durbuy die de regel met het gebruik van à bij plaatsen/steden bevestigt.

Uiteraard zijn Fransen natuurlijk ook nog dol op de positie soixant-neuf.

Qu'est-ce que c'est que ça comme ça qu'est-ce que c'est?[bewerken]

Le français! Youpi, je reste!

Waar Nederlands "Wat is dit?" voor heeft, zijn de Fransen iets langdradiger: qu'est-ce que c'est, letterlijk: "Wat is het dat het is?", of in het Nederlands à la "Denk jij wat ik denk dat het is" Quel qu'est-ce que c'est ce que je sense ce qui est comme ça comme le qu'est-ce que c'est ce qui compte comme ça? Heel wat aanhalingstekens dus en een lamme vinger die continu die aanhalingstekens en de spatiebalk direct daarna moet gaan aanslaan. Frans is wat de spelling en haar zinsbouw betreft gewoon raar. Vooruit, we kennen nog een Spa rood, maar geen auto rood (pas de voiture rouge) - wel een rode auto. Om dan nog maar te zwijgen van woordcombinaties als

  • Il y a quelque chose.
  • Y a-t-il un problème?

Of om dan nog te moeten gaan kiezen of je

  • Qui est-ce qui?
  • Qu'est-ce qui?
  • Qui est-ce que?
  • of Qu'est-ce que?

moet gaan gebruiken om te vragen wie die bank nu beroofd heeft...

De woorden die werken[bewerken]

Franse werkwoorden zijn vergelijkbaar qua ingewikkeldheid met het eeuwige Nederlandse dt-gezeur, alleen hebben de Fransen geen last van -dt. Fransen hebben - net als wij - regelmatige werkwoorden en onregelmatige werkwoorden. Waar alle werkwoorden in het Nederlands (op zijn) na, eindigen op -en, kunnen Franse werkwoorden eindigen op -er, -ir of -re.

-er[bewerken]

Het klassieke voorbeeld hiervoor is altijd het werkwoord habiter geweest, maar dit voorbeeld zuigt, dus hebben we ditmaal vloeiende diarree aan dit voorbeeld, dat ons maakt dat wij het woord sucer (zuigen) nemen.

Ik Je suce
Jij Tu suces
Hij/zij Il/elle suce
Wij Nous suçons
Jullie/u Vous sucez
Zij (mv) Ils/elles sucent

Hier moet opgemerkt worden dat de cedille van Curaçao wordt gejat om het zere been van het Frans in te pakken zodat niemand de open wond van schaamte ziet. Je suce wordt uitgesproken als Zje züüs (lijkt veel op het Duitse Süß dat zoet betekent en als iets zoet is, dan moet daaraan gezogen worden. Nous suçons wordt uitgesproken als noe süsoh(n), terwijl zonder cedille nous sucons uitgesproken zou worden als noe sückoh(n), dat veel wegheeft van het Engelse to suck en die Engelse invloeden moeten we natuurlijk niet hebben in het Frans, dus hebben ze onder meer ook de hashtag gewoon verbasterd tot mot-dièse, op het scherp van de snede nog wel!.

-ir[bewerken]

Lastiger worden de werkwoorden die eindigen op -ir, want daar zit gewoon helemaal geen regelmaat in. Een werkwoord dat eindigt op -ir is avoir, maar dit werkwoord is niet regelmatig, ondanks dat dit werkwoord wel regelmatig gebruikt wordt, en zeg nu zelf: wil je nu een woord weten dat perfect volgens de regels regelmatig is (zoals het ambetante réfléchir) of een woord dat regelmatig gebruikt wordt? Dat eerste natuurlijk, want als je de basis van iets kent dat toch continu verandert, schiet je er toch iets mee op. In wat voor opzicht moet je zelf maar ontdekken.

Ik Je réfléchis
Jij Tu réfléchis
Hij/zij Il/elle réfléchit
Wij Nous réfléchissons
Jullie/u Vous réfléchissez
Zij (mv) Ils/elles réfléchissent


Na het veelvuldig indrukken van dat aanhalingstekentje op het toetsenbord gunnen wij jou ook rust. Even een tijdje om na te denken (réfléchir).

-re[bewerken]

Even een plaatje ter afwisseling, want van werkwoorden word je ook niet vrolijk. Alsof je van politiek wel vrolijk zou worden zeg...

Genoeg onnodig geneuzel, -re is helemaal onmogelijk. Leer gewoon het woord faire en dan kun je je affaire ook nog eens doen, maar wacht: faire is onregelmatig. Dat klopt ook, want de perioden waarop je je affaire doet, verschillen ook enorm. Och, la mauvaise semaine toch ook...

Ik Je attends
Jij Tu attends
Hij/zij Il/elle attend
Wij Nous attendons
Jullie/u Vous attendez
Zij (mv) Ils/elles attendent

In het Nederlands ga je genadeloos gedecapiteerd worden als je in de derde persoon een werkwoord laat eindigen op slechts een -d, maar in het Frans zal ze dat een zier zijn.

Uitspraak[bewerken]

Bij werkwoorden is de uitspraak vrij ongewoon. We nemen als voorbeeld het werkwoord vouloir, een sterk, onregelmatig werkwoord.

VOULOIR
Nederlands Frans Uitspraak Frans
Ik wil Je veux Zje veu
Jij wilt Tu veux Tuu veu
Hij/zij wil Il/elle/on veut Iel/ell'/ôh' veu
Wij willen Nous voulons Noe voel'
Jullie willen, u wilt Vous voulez Voe voel'
Zij willen Ils/elles veulent Iel/ell' veu

Hier valt op dat alles qua uitspraak veu of voel is (het kan geen voe voe zijn om de verwarring met vous te voorkomen, dus voe voel), maar verraderlijk is het gebruik ervan. Wij willen Croky zou zodoende moeten zijn Nous voulons Croky, maar dat is in werkelijkheid C'est ça qu'on veut (zonder Croky dus, zoals u al kon weten), maar dat onbegrijpelijke ingewikkelde gedoe wordt al uitgelegd in het betreffende hoofdstuk. Een ander voorbeeld is voulez-vous coucher avec moi, ce soir? (wilt u met mij naar bed vanavond?). Omdat vous een woord is dat gebruikt wordt bij vreemdelingen en andere personen die hoe dan ook niet uw vriend zijn, zinspeelt deze zin op vreemdgaan. Het zijn ook echt egoïstische schoften die alleen maar uit zijn op een lekkerder stukje vlees, meer niet. Als u als Frans studerende mens dan toch trouw dezelfde vraag zou willen stellen aan uw oogappel, zou dit moeten zijn tu veux coucher avec moi, ce soir, ma chérie? want zonder de laatste aanvulling 'ma chérie?' zouden die vrouwen ook enkel denken dat u gek bent om expliciet haar te kiezen, want Carla Bruni (ook Frans, spijtig genoeg reeds bezet, maar ja, de cultuur wijzigt men niet zomaar!).

Het grote verschil tussen Frans en Nederlands is dat de klemtonen in het Frans geen donder uitmaken. Alles is gewoon zje-ne-see-pa-poer-kwa-mon-tghen-ie-see-de-seu-neu-seu-beu-a-vwa-sank-ne-roel-pas-a-vek-ûh[n]-ree-tard-de-deu-zeur-et-sè-ter-rie-ble-mon-pegh-de-dzjeu. Vandaar klinkt het Frans en ook het Spaans alsof iemand met een mitrailleur allemaal woorden aan het ratatatatatatouilleren is. Dit is voornamelijk de reden waarom iemand mentaal vaak gechoqueerd raakt en haast gaat smeken om de weg te vragen in het Engels.

Leenwoorden[bewerken]

Pas de Boursin, pas de vin, Paturain!!

Ondanks dat het een arrogante, egocentrische, nodeloos ingewikkelde taal blijkt, is Frans een populaire linguïstieke assemblage van grandioze allure, zodoende is veel vocabulaire in veel talen coûte que coûte Frans van origine. Frans klinkt charmanter en lumineus: het vormt het chassis voor een chauffeur en een coureur die een chanson ten gehore willen brengen. Woorden als bureau, etage, lineair et cetera wekken een sterk déjà vu op, maar toch moet dat vocabulaire au sérieux genomen worden, ook met de grammatica en de orthografie met die accents graves et cetera, die voor de bourgeoisie fataal is, aangezien diezelfde bourgeoisie het woord bourgeoisie ook niet eens kan spellen. Een groot clair-obscur, zodoende. De grammatica is autoritair en deze vormt voor velen een barrière, maar de leenwoorden echter weer niet - chapeau. Er zijn zo'n 27.000 à 28.000 leenwoorden in het Nederlands, waarbij er ook nog gallicismen zijn. Comme ci, comme ça. Die zijn ook Frans, alleen zijn die gewoon fout. Ze springen vaak en passant in het oog zonder dat iemand het door heeft. Iets kan bijvoorbeeld niet duur kosten in het Nederlands, maar in het Frans kan iets weer wel duur kosten à la coûter cher. Coulance is hierbij benodigd en geen dedain of guillotine qua chantage. Wij zijn echter niet akkoord daarmee! Laisser faire heeft al voor een Wereldoorlog gezorgd! Het rapaille moet een retourtje krijgen naar de retirade als revange, om deze rigide routine te pardonneren.

Oncyclopedie[bewerken]

Gelijk met de taal zelf werd ook begonnen met de Désencyclopedie, het Franse antwoord op de Oncyclopedia Neerlandica. Deze aparte taal trok in de Middeleeuwen veel poëtisch geaarde monniken. Hierdoor werd de Parijse bibliotheek overstelpt met artikelen. Nog steeds ligt er een enorme berg eeuwenoude manuscripten dat naar hedendaagse taal omgezet moet worden.
Voor geïnteresseerden en behulpzamen is hier de link naar de hoofdpagina (accueil).

In de muziek[bewerken]

Enkele Franstalige liederen hebben het zelfs tot hier in het Nederlandstalige muziekkritische gebied gebracht. Enkele liederen hieronder opgelijst:

  • Ne Me Quitte Pas Putain - Jaqueline Bordel
  • La merde - Charles Trenet
  • Je t'aime je t'aime, oh oui je t'aime, oh mon amour, oh oui je t'aime, ohhh je t'aime... eh, wie zong dit? Ach, niemand moet dit op willen zoeken.
  • Pour un flirt, Paturain! - Michel Delpech
  • Ça m'énerve - Helmut Fritz
  • Je ne regrette rien - Jacques Chirac
  • Rien - Louis XVI
  • Forminable - Maestro
  • Formidable - Stromae
  • La Brabançonne - La Région Flamande
  • La Marseillaise - Yves Leterme

Populariteit van het Frans buiten Franstalige gebieden[bewerken]

Hoe graag er Frans wordt gesproken door niet-Franstaligen, moge blijken uit de volgende door de NSA onderschepte conversatie:

Zje, eh, zje vee o sudfrangs avek vwatuur, broem broem, no bjeng!
Oh, túuuu fwaas àn vwatuur, poerkwa túuuu ne fwaas pá aa pjië?
Pagseke zje swie fattikee, sisi est poerkwa!
Aa wee, sest komme sa, sje komprand asjoerdwie, mees sud-frangs é gran, oe tuuuu va?
A-oewieje, see tgeh grang, ee zje, eh, ?... See la segvies sekgitee. Zje ne peu pa paglee pluu. Edee mwa!
Sje ne kompand pas toet ke ecrí, mé ke e-se ke sè va fère?.
(Zje DWA gangjee sisi...) Zje vee de ne gjeng fère. (Dgol, set diskussióng fgangsè de sjagbong.)

Zie ook[bewerken]